Ambtsverslag / Rapport van een marktopziener.
Origineel
Ambtsverslag / Rapport van een marktopziener. D. Daansen, O.Z. Achterburgwal 52⁴
No 20/76/M. 1939 7/6
Lindengracht
Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
Aldaar.
De pacht: No 276 D Daansen heeft de gewoonte
grooter als 3 mtr uit te pakken.
Wanneer ik hem dan een kwartje laat be-
betalen, moet ik altijd hooren dat dit een onrechtvaardigheid is.
Dinsdag 6 Juni was hij weer te groot uitge-
pakt, waarom ik hem weer een plaats meer liet betalen.
Daansen was hierover zeer ontstemd en
werd in erge mate onhebbelijk in zijn optreden.
Hij voegde mij o.a. toe: ,,je moet ergens
anders ook maar eens gaan kijken, het schijnt dat
je mij altijd moet hebben, maar ik zal daar wel
eens een eind aan maken, je kunt van mijn part
de pest pleuris krijgen, en tegen het publiek zei hij,
wat zeg je van hem, mij maakt hij niets, ik ben
niet bang voor hem, ik ga niet op mijn knieën
voor hem liggen!"
Ik verzocht Daansen zijn mond te
houden, want dat ik hem anders voor ordever-
storing zou verwijderen.
Daansen gaf voor, dat, wat te groot
van zijn plaats is, aan zijn broer die naast
hem staat toebehoorde.
De plaats die D Daansen bezette
Z.O.Z. * Taalgebruik: Het document is geschreven in de vooroorlogse spelling (bijv. "grooter"). Het taalgebruik van de opziener is formeel en rapporterend, terwijl de citaten van Daansen een inkijkje geven in het volkse en verongelijkte taalgebruik op de Amsterdamse markt in die tijd.
* Inhoud: De kern van het conflict is een kleine administratieve boete (een kwartje) voor het innemen van te veel ruimte. De reactie van de pachter is buitenproportioneel fel, waarbij hij de inspecteur persoonlijk aanvalt en probeert het publiek tegen de ambtenaar op te zetten.
* Juridische relevantie: De termen "onhebbelijk" en "ordeverstoring" suggereren dat dit verslag diende als grondslag voor een mogelijke disciplinaire maatregel of een tijdelijke ontzegging van de marktplaats.
* Status van het document: De afkorting "Z.O.Z." (Zie Ommezijde) onderaan geeft aan dat het verslag op de achterkant van het papier doorloopt. Dit document stamt uit juni 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan was (en is) een belangrijke marktlocatie. Het document illustreert de dagelijkse spanningen tussen marktkooplui en de controlerende instanties (het Marktwezen). De strikte handhaving van afmetingen (3 meter) en de geringe kosten van een extra plaats (een kwartje) laten zien hoe gereguleerd de markttoegang was. Daarnaast is de verwensing "de pest pleuris" kenmerkend voor de Amsterdamse volkstaal uit die periode.