Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 18 september 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instelling). 21/21/2M. SV.
18 September 1944.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
==========
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat P.Bakker, Achtergracht 11 I, alhier, die voor het kalenderjaar 1944 met een vaartuig "Harry", groot 50 ton, ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, met ingang van 1 September 1944 dit vaartuig heeft verkocht. Bakker voornoemd, wiens vaartuig op genoemden datum van de markt is vertrokken, verzoekt hem restitutie van marktgeld te verleenen.
Het terzake verschuldigde marktgeld ad f. 50.- is in zijn geheel voldaan. Indien Bakker zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij tot 1 September 1944 verschuldigd zijn geweest: 8 x 50 x 10 ct = f. 40.- , zoodat aan Bakker voornoemd restitutie ware te verleenen tot een bedrag van f. 50.- - f. 40.- = f. 10.-
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij besluit van den Burgemeester, krachtens de bepalingen van artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan Bakker voornoemd restitutie van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van f. 10.-
De Directeur, * Inhoud: De directeur verzoekt de wethouder om een restitutie (terugbetaling) van 10 gulden goed te keuren voor de heer P. Bakker. Bakker had marktgeld betaald voor het hele jaar voor zijn vaartuig "Harry", maar verkocht dit schip per 1 september. Omdat hij slechts 8 maanden gebruik heeft gemaakt van de ligplaats op de brandstoffenmarkt, wordt voorgesteld het teveel betaalde bedrag terug te geven op basis van de geldende verordeningen en "billijkheid".
* Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "U te berichten", "verleenen", "zoodat"). De brief is doorspekt met hoffelijkheidstitels zoals "heb ik de eer U te berichten".
* Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 36 van de "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". De uiteindelijke beslissing ligt bij de Burgemeester. Dit document stamt uit een zeer turbulente periode in de Nederlandse geschiedenis: september 1944. Terwijl in het zuiden van Nederland de bevrijding begon (Operation Market Garden startte op 17 september, één dag voor deze brief), ging het dagelijks bestuur in het nog bezette Amsterdam door.
Het feit dat de brief gericht is aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is veelzeggend. Deze wethouder was in die tijd verantwoordelijk voor de uiterst schaarse voedselvoorziening en brandstoffen in de stad, vlak voor het begin van de Hongerwinter. Dat er in deze crisistijd nog uitvoerig wordt gecorrespondeerd over een restitutie van 10 gulden voor een ligplaats op een "brandstoffenmarkt", toont de hardnekkigheid van de ambtelijke bureaucreatie, zelfs onder extreme oorlogsomstandigheden. De "brandstoffenmarkt" was cruciaal, aangezien steenkool en hout de enige bronnen van warmte waren voor de bevolking. P. Bakker