Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. Nº 21/21/4 M. 1944 24/w [handgeschreven: Marktw.]
No. 47/8 L.M. 1944. Restitutie marktgeld.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag 29 September 1944.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied, (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No.152 Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgn.517);
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 18 September 1944 No. 21/21/2 M;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t :
aan P.Bakker, Achtergracht 11 I alhier op gronden van billijkheid restitutie van marktgeld te verleenen tot een bedrag groot ƒ 10.-.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks), en Financiën (2 stuks).
A.V.
[handgeschreven paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Stempel linksonder:]
INGEKOMEN
24 OCT. 1944 [handgeschreven paraaf]
Beantw. .......................... Dit document is een formeel administratief uittreksel van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft een relatief kleine financiële handeling: de teruggave (restitutie) van 10 gulden aan marktgeld aan een individu, de heer P. Bakker. De besluitvorming is gebaseerd op "billijkheid", wat duidt op een coulanceregeling in een specifiek geval.
Juridisch is het besluit verankerd in zowel de lokale marktverordeningen als de bezettingswetgeving (de "Achtste Verordening" van de Rijkscommissaris). De tekst illustreert de complexe ambtelijke structuur van die tijd, waarbij verschillende afdelingen (Levensmiddelen, Financiën) kopieën van het besluit ontvingen voor hun administratie. De datum van het besluit (29 september 1944) is historisch gezien zeer relevant. Nederland bevond zich in een chaotische fase van de oorlog; de geallieerden hadden Zuid-Nederland deels bevrijd, maar de Slag om Arnhem was net verloren gegaan, wat leidde tot de beruchte Hongerwinter in het westen.
Ondanks de oorlogsdreiging en de naderende voedseltekorten bleef de bureaucratische machine van de gemeente Amsterdam (onder de collaborerende burgemeester Edward Voûte) ogenschijnlijk onverstoorbaar doorfunctioneren. Het feit dat er nog formele besluiten werden genomen over kleine bedragen aan marktgeld en dat de postgang (zoals blijkt uit de stempel van 24 oktober) nog functioneerde, toont de hardnekkigheid van het ambtelijk apparaat in bezettingstijd. De ontvanger, P. Bakker aan de Achtergracht, was waarschijnlijk een kleine marktkoopman voor wie 10 gulden in die tijd een aanzienlijk bedrag was. P. Bakker Gemeente Amsterdam Marktwezen