Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke aantekeningen. 17 april 1944 (datum ambtelijke afhandeling) en 29 maart 1944 (datum eerdere oproep). Mevrouw G. H. de Kok de Vries. [Bovenaan de brief, ambtelijke notitie in ander handschrift:]
m.i. moet dit verzoek worden afgewezen, daar er anders ~~van minder~~ van minder geroepen op het Stadionplein komen
17-4-44
afwijzen
[Hoofdtekst:]
en kan niet meer gemaakt worden.
nu moet ik alles loopen.
De verdienste van mijn man laat
het niet toe dat ik thuis blijf
dat kan ik u toonen mijn st.
Twee zoons waar ik eerst wat van
kreeg zitten in Duitschland dus die
kosten nog dat begrijpt u wel.
Het is wel waar dat ik mij daar
ingeschreven had maar dat was een
vergissing ik was in de war met
de Beethovenstr want ik kwam
daar nooit in de buurt ik vente
wel in Zuid maar kwam nooit
verder dan de Noorder amstellaan
dus mijnheer u zoudt mij een
groot pleizier doen als u mij
naar de Albertcuijpstr liet gaan
Vertrouwende dat u aan mijn verzoek
zult voldoen, teeken ik
Hoogachtend
G. H. de Kok de Vries
Kuijperstraat 20 II Zuid
[Linksonder:]
P.A.S. Maandag
Oproep 29-3-44 In dit document verzoekt G. H. de Kok de Vries om een wijziging van haar werklocatie of standplaats. De kernpunten zijn:
- Economische noodzaak: De schrijfster benadrukt dat zij móét werken omdat het inkomen van haar man ontoereikend is. Bovendien zijn haar twee zonen, die voorheen financieel bijdroegen, naar Duitsland gestuurd (waarschijnlijk voor de Arbeitseinsatz), wat haar nu extra geld kost.
- Locatie en logistiek: Ze is blijkbaar ingedeeld op het Stadionplein, maar stelt dat dit op een misverstand berust (verwarring met de Beethovenstraat). Ze voert aan dat ze alles te voet moet doen en dat de Albert Cuypstraat (een bekende marktlocatie) binnen haar bereik ligt, terwijl ze nooit verder kwam dan de Noorder Amstellaan (de huidige Churchill-laan).
- Beroep: De term "ik vente" duidt erop dat zij een straatverkoopster of ventster was.
-
Ambtelijke reactie: Bovenaan de brief staat een harde ambtelijke conclusie: het verzoek moet worden afgewezen. De reden hiervoor is puur organisatorisch: men is bang dat er te weinig mensen op het Stadionplein verschijnen als men deze uitzondering toestaat. Het document dateert uit april 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. De context is er een van schaarste, gedwongen tewerkstelling en strikte regulering van de handel.
-
Arbeitseinsatz: De vermelding van de zonen in Duitsland is typerend voor deze periode. Veel Nederlandse mannen werden gedwongen in de Duitse oorlogsindustrie te werken. Dit leidde vaak tot grote financiële en emotionele nood in de achtergebleven gezinnen.
- Vervoer: De opmerking "nu moet ik alles loopen" verwijst naar het feit dat het openbaar vervoer in 1944 grotendeels stil lag of onbetaalbaar was, en fietsen vaak in beslag waren genomen.
- Bureaucratie: De brief toont de koude kant van de bureaucreatie tijdens de bezetting. Ondanks de persoonlijke en financiële nood van de vrouw, weegt het belang van de 'bezettingseenheid' (het vullen van de posten op het Stadionplein) zwaarder voor de ambtenaar.
- Topografie: De genoemde locaties (Stadionplein, Beethovenstraat, Noorder Amstellaan, Albert Cuypstraat) bevinden zich alle in Amsterdam-Zuid en weerspiegelen het dagelijks leven in de bezette stad. H. de Kok P.A.S. Maandag