Handgeschreven brief (fragment/slot).
Origineel
Handgeschreven brief (fragment/slot). 8 september 1944 (gebaseerd op potloodaantekening). Weduwe B. Assink. Zoo vriendelijk zijn mij dit
zoo spoedig mogelijk te laten
weten daar ik een alleenstaande
vrouw ben en geen geld heb
om het zoo lang uit te
zingen, dus indien het mogelijk
is zou ik gaarne aanstaande
maandag willen staan.
Ik hoop dat U Edele mijn
schrijven in overweging wilt nemen
en U bij voorbaat vriendelijk
dankend teken ik mij
Hoog achtende Uw dw
Wedw B. Assink
Albert Cuypstr 203 A^I
Amsterdam.
[Aantekening in potlood:]
Bergen
8-9-'44
afk.
[Rechtsonder:]
25 De brief bevat een dringend verzoek van een weduwe, B. Assink, woonachtig aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De schrijfster verkeert in een benarde financiële positie ("geen geld heb om het zoo lang uit te zingen") en verzoekt om een snelle beslissing. De formulering "aanstaande maandag willen staan" duidt er zeer waarschijnlijk op dat zij toestemming vraagt voor een marktplaats, vermoedelijk op de nabijgelegen Albert Cuypmarkt.
De tekst is geschreven in een formeel maar wanhopig register ("U Edele", "Hoog achtende Uw dw"). De potloodaantekeningen lijken van administratieve aard; "Bergen" is mogelijk de naam van de behandelend ambtenaar, en de afkorting "afk." zou kunnen staan voor "afkeur" (afwijzing) of "afgehandeld". De datum van 8 september 1944 plaatst dit document in een zeer turbulente periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het was de week direct na "Dolle Dinsdag", een tijd van grote onzekerheid, extreme voedselschaarste en economische ineenstorting onder de Duitse bezetting. Voor veel alleenstaande vrouwen en weduwen was informele of kleinschalige handel op de markt de enige manier om in het levensonderhoud te voorzien. De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog een cruciaal punt voor de distributie van goederen, al was de handel streng gereguleerd door de bezetter en de gemeente. B. Assink
Samenvatting
De brief bevat een dringend verzoek van een weduwe, B. Assink, woonachtig aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De schrijfster verkeert in een benarde financiële positie ("geen geld heb om het zoo lang uit te zingen") en verzoekt om een snelle beslissing. De formulering "aanstaande maandag willen staan" duidt er zeer waarschijnlijk op dat zij toestemming vraagt voor een marktplaats, vermoedelijk op de nabijgelegen Albert Cuypmarkt.
De tekst is geschreven in een formeel maar wanhopig register ("U Edele", "Hoog achtende Uw dw"). De potloodaantekeningen lijken van administratieve aard; "Bergen" is mogelijk de naam van de behandelend ambtenaar, en de afkorting "afk." zou kunnen staan voor "afkeur" (afwijzing) of "afgehandeld".
Historische Context
De datum van 8 september 1944 plaatst dit document in een zeer turbulente periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het was de week direct na "Dolle Dinsdag", een tijd van grote onzekerheid, extreme voedselschaarste en economische ineenstorting onder de Duitse bezetting. Voor veel alleenstaande vrouwen en weduwen was informele of kleinschalige handel op de markt de enige manier om in het levensonderhoud te voorzien. De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog een cruciaal punt voor de distributie van goederen, al was de handel streng gereguleerd door de bezetter en de gemeente.