Officiële brief / kennisgeving van strafmaatregel.
Origineel
Officiële brief / kennisgeving van strafmaatregel. 29 november 1944. De Directeur (van de Marktwezen), Amsterdam. Den Heer C. Molenwijk, Borgerstraat 130 III, Amsterdam-West. [Handgeschreven: Verzonden 30/11] [Handgeschreven: Disp.]
HB.
27/26/2M.
29 November 1944.
Den Heer C. Molenwijk,
Borgerstraat 130 III,
Amsterdam-West.
===============
Mij is gerapporteerd, dat U op Uw plaats op de Ten Katestraat appelen boven den maximum-prijs verkoopt, waardoor U de goede orde op die markt ernstig in gevaar brengt.
In verband met deze overtreding heb ik U ingevolge artikel 39 van het Reglement op de Markten gestraft met ontneming van het recht tot het innemen van een plaats op een der markten te dezer stede voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Vrijdag 1 December tot en met Donderdag 14 December 1944, terwijl U inzake verdere jegens U te treffen maatregelen door den Burgemeester zal worden bericht.
De Directeur, Het document is een officiële strafoplegging aan een marktkoopman, de heer C. Molenwijk. Hij wordt ervan beschuldigd appelen te hebben verkocht boven de vastgestelde maximumprijs op de Ten Katemarkt in Amsterdam.
De sanctie, gebaseerd op artikel 39 van het Marktreglement, is een tijdelijk verbod van veertien dagen (van 1 tot 14 december 1944) om op enige markt in de stad een staanplaats in te nemen. De brief waarschuwt tevens dat de Burgemeester mogelijk nog aanvullende maatregelen zal nemen, wat wijst op de ernst waarmee dergelijke economische overtredingen werden behandeld. De handgeschreven aantekeningen bovenin geven aan dat de brief daadwerkelijk is verzonden op 30 november, één dag voor de ingang van de straf. De datum van het document, 29 november 1944, is van cruciaal belang. Nederland bevond zich midden in de bezettingstijd en voor West-Nederland was de beruchte Hongerwinter aangebroken. Er heerste een extreme schaarste aan voedsel en brandstof.
Om woekerprijzen en een ongecontroleerde zwarte markt in essentiële levensmiddelen tegen te gaan, hanteerde het (door de bezetter gecontroleerde) bestuur strikte maximumprijzen. Overtredingen hiervan werden gezien als een directe bedreiging voor de "goede orde" en de voedselvoorziening van de bevolking. Een schorsing van twee weken was in deze periode een zware straf voor een koopman, aangezien het inkomen en de toegang tot handelswaar hiermee direct werden afgesneden in een tijd van bittere nood. De betrokkenheid van de Burgemeester in het vooruitzicht duidt op een mogelijke strafrechtelijke of verdere administratieve vervolging wegens economische delicten. C. Molenwijk Marktwezen