Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/archiefkopie). 26 januari 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst van de gemeente Amsterdam). Den Heer J. van Muyen, Waterlooplein 107, Amsterdam-Centrum. 30/6/211.
[Handgeschreven:] Verzonden 26/1 [onleesbaar]
SV.
26 Januari 1944.
Den Heer J. van Muyen
Waterlooplein 107
Amsterdam-Centrum.
==================
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 Januari 1944 verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming om zich op Uw plaats op de markt Waterlooplein te doen assisteeren door Uw vader M. van Muyen, geboren 27 April 1887. Indien U wegens behandeling van Uw ziekte door Uw arts Uw plaats niet kunt bezetten moogt U zich eveneens door Uw vader laten vervangen. Hierover dient U iederen keer van tevoren overleg te plegen met den op de markt dienstdoen-den marktmeester.
De Directeur, Het document is een formele, ambtelijke toestemming voor de vervanging van een marktkoopman op het Waterlooplein in Amsterdam. De toon is strikt bureaucratisch, wat blijkt uit formuleringen als "tot wederopzegging" en de eis voor voorafgaand overleg met de marktmeester bij elke vervanging.
De kern van de brief is de inwilliging van een verzoek van J. van Muyen. Vanwege ziekte en de noodzaak voor medische behandeling mag hij zich laten assisteren of volledig laten vervangen door zijn vader, M. van Muyen. De nauwkeurige vermelding van de geboortedatum van de vader (1887) is typisch voor de administratieve precisie van die tijd, noodzakelijk voor de identiteitscontrole door de autoriteiten.
De handgeschreven aantekening bovenin bevestigt dat de brief op de dag van datering (of kort daarna) daadwerkelijk is verzonden. Dit document stamt uit januari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het werpt een licht op het dagelijks leven en de strikte regulering van de economie onder het bezettingsregime.
Het Waterlooplein was van oudsher het centrum van de Joodse buurt in Amsterdam en de locatie van een beroemde dagmarkt. In januari 1944 was de Joodse bevolking echter grotendeels weggevoerd door de bezetter. De markt was in deze periode sterk geslonken en stond onder streng toezicht van de gemeente (die onder toezicht van de Duitsers stond).
Het feit dat een vergunninghouder toestemming moet vragen om zijn eigen vader hem te laten helpen bij ziekte, illustreert de totale controle van de overheid op de openbare ruimte en economische activiteiten. Voor veel marktkooplieden was het behouden van hun standplaats van vitaal belang voor hun overleving in een tijd van toenemende schaarste en de naderende hongerwinter. De gezinssolidariteit (vader die zoon vervangt) was in deze moeilijke oorlogsjaren essentieel. J. van Muyen M. van Muyen Gemeente Amsterdam