Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Th. M. Willemse, Coppelstokstraat 56 huis, Amsterdam. [Koptekst/Marge]
Nº 30/26/1 M. 1944 31/3 [rechtsboven:] 930
[Rode inkt:] Inh. [onleesbaar: beropa?] 3-4-44
[Links in marge, potlood:] m.i. opbergen 17-4-44 de Beer
[Links onderaan:] Opb.
[Brieftekst]
Mijn Hoog ge Achtte Heren
Ondergete kende vraagd beleefd,
of er niet wat meer rugbaarheid
gemaakt zou kunnen worden, dat de
Nieuwe Markt verplaats is, naar het
Waterlooplein, het zij door publicering
in de bladen, of met een bord op de
Nieuw Markt, met het opschrift, Deze
Markt is verplaats, naar Waterlooplein,
daar er honderde zijn, die het niet
weten, en wij hebben tot taal niet
te doen, On-laste en kostte gaan
maar door, en ge Ontvangt niets,
in de Eerste plaats on be woond, en
in de tweede plaats, zie je geen
Mensche, hopende, dat dit ver-
zoek, in ge willigd word.
Hoog Achtend
Th. M. Willemse
Coppelstokstr: 56 huis
[Rechtsonder]
Met ingang van
1 April a.s:
vaste plaatshouder
Waterlooplein De brief is een verzoek van een marktkoopman aan de Amsterdamse autoriteiten (vermoedelijk de Marktwezen of het gemeentebestuur) tijdens de Duitse bezetting.
- Kern van het verzoek: Willemse vraagt om betere communicatie over de verplaatsing van de markt van de Nieuwmarkt naar het Waterlooplein. Hij stelt voor dit via kranten of een informatiebord op de oude locatie kenbaar te maken.
- Motivatie: De handel ligt volledig stil ("tot taal niet te doen" – bedoeld wordt 'totaal niets te doen'). De vaste lasten en kosten lopen echter wel door, terwijl er geen inkomsten tegenover staan.
- Opvallende opmerking: De schrijver merkt op dat de buurt "in de Eerste plaats onbewoond" is en dat er "geen Mensche" te zien zijn. Dit is een directe, feitelijke beschrijving van de situatie in de Amsterdamse Jodenbuurt in 1944.
-
Ambtelijke afhandeling: De brief is binnengekomen op 3 april 1944. Een ambtenaar (mogelijk 'de Beer') heeft op 17 april met potlood genoteerd "m.i. [mijns inziens] opbergen", wat suggereert dat er geen actie op het verzoek is ondernomen en het dossier is gesloten. Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datering: april 1944.
-
De Holocaust: Wanneer Willemse schrijft dat de wijk "onbewoond" is, verwijst hij (bewust of onbewust) naar het resultaat van de deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam. De Nieuwmarkt en het Waterlooplein lagen in het hart van de Jodenbuurt. In 1944 waren nagenoeg alle Joodse bewoners weggevoerd, waardoor de wijk inderdaad in een spookbuurt was veranderd.
- Economische malaise: Voor de overgebleven (niet-Joodse) handelaren was er geen klandizie meer. De verplaatsing van de markt was waarschijnlijk een poging van de bezetter of het collaborerende stadsbestuur om de handel te centraliseren of de 'lege' wijk te reorganiseren.
- Dagelijks leven: De brief toont de wanhoop van een kleine ondernemer die probeert te overleven in een stad die getekend is door oorlog en genocide, waarbij de economische realiteit van lege straten botst met de ambtelijke molen. M. Willemse Marktwezen