Ambtelijk rapport/brief betreffende diefstal en vernieling.
Origineel
Ambtelijk rapport/brief betreffende diefstal en vernieling. 15 december 1944. Waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder (ondertekend door J. Molenhuizen). [Linksboven, in inkt en potlood:]
n.u. Dir
No R= 30/52/1
[Stempel:] M. 1944
[Rode aantekeningen:] Stuk Insp / Ter zake marktkantoor / 20-12-44 / opberg 8/5 '45
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Hoofdtekst:]
Op Vrijdag 15 Dec. j.l. des morgens om 10 uur kwam ik
tot de ontdekking, dat in den afgeloopen nacht een ruit
was uitgesneden van het marktkantoortje op het Water-
looplein, gelegen t/o het Politiebureau op de Houtmarkt.
Ontvreemd: is het stopcontact en het snoer der telefoon-
aansluiting.
Van de diefstal is door mij aangifte gedaan op het
Bureau van Politie: Houtmarkt.
Opgemerkt dient dat het marktkantoortje in zoo'n ver-
waarloosden toestand verkeert, dat slooping door branders of niet
is uitgesloten.
[Ondertekening:]
Amst. 15 Dec 44
J. Molenhuizen [?] * Inhoud: Het document doet verslag van een kleine inbraak in een marktkantoortje op het Waterlooplein. Er is een ruit uitgesneden en elektrische componenten (stopcontact en telefoonsnoer) zijn gestolen.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("des morgens", "ontvreemd", "t/o" voor tegenover).
* Materiële schade: De focus ligt op de diefstal van koper/metaal (het snoer), wat in de laatste oorlogsmaanden uiterst schaars en waardevol was.
* Conditie van de stad: De schrijver waarschuwt dat het kantoortje in slechte staat verkeert en dat "slooping door branders" (mensen die hout zoeken voor brandstof) een reëel risico is. Dit document is geschreven midden in de Hongerwinter (december 1944) in bezet Amsterdam. De context van die tijd verklaart de aard van de diefstal en de waarschuwing aan het eind:
1. Brandstoftekort: Vanwege het totale gebrek aan kolen en gas stroopten Amsterdammers leegstaande gebouwen en straatmeubilair af voor hout om hun kachels brandende te houden (de "branders" waar de tekst naar verwijst).
2. Schaarste: Zelfs kleine zaken als een stopcontact of een telefoonsnoer waren waardevol vanwege de metalen (koper) die erin verwerkt zaten.
3. Locatie: Het Waterlooplein en de nabijgelegen Houtmarkt (het huidige Jonas Daniël Meijerplein) bevonden zich in het hart van de Joodse buurt, die op dat moment door de deportaties grotendeels was leeggehaald. Veel huizen daar werden in die winter gesloopt voor brandhout. Het feit dat dit kantoortje recht tegenover een politiebureau lag, bood blijkbaar onvoldoende bescherming. J. Molenhuizen Marktwezen Politie Puls