Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 8 oktober 1944. Mejuffrouw (waarschijnlijk bedoeld: Mevrouw) J.G. Sijmonbergen-De Cates. № 30/51/1 M. 1944 11/10 20
Amsterdam 8 October 1944
Mijnheer daar ik een winkel heb in
tweede hands Artikelen en dat het
de laatste tijd zoo slecht gaat en daar
ik niet meer in staat ben mijn omzet
belasting te betalen en mijn man al
7 maanden ziek is en niet in staat is om
te kunnen werken. Had ik een
vriendelijk verzoek aan u. Of u mij in
de gelegenheid zou willen stellen
voor een plaats op het Waterlooplein
Misschien gaat het daar wat beter met de
Handel.
In afwachting
Mejuffrouw J.G. Sijmonbergen
De Cates
Danielstalperstr 51 huis
Vroeger als reeds meer met Handel
gestaan op de Nieuwemarkt
[Aantekening in linker marge, verticaal geschreven:]
en zij moet een brood verdienen
[...]
vroeger [...]
[Aantekening rechtsonder:]
ontv 13/10 * Inhoud: De schrijfster verzoekt om een staanplaats op de markt op het Waterlooplein. Ze voert hiervoor twee dringende redenen aan: haar eigen winkel in tweedehands goederen draait slecht (ze kan de omzetbelasting niet meer betalen) en haar echtgenoot is al zeven maanden ernstig ziek, waardoor hij niet kan werken en er geen ander inkomen is.
* Ervaring: Om haar verzoek kracht bij te zetten, vermeldt ze dat ze in het verleden al met handel op de Nieuwmarkt heeft gestaan.
* Taalgebruik: Het schrijven is opgesteld in een nederige, verzoekende toon, kenmerkend voor correspondentie met officiële instanties in die tijd. Opvallend is het gebruik van "Mejuffrouw" terwijl ze spreekt over "mijn man". * Historische context: De brief is gedateerd op 8 oktober 1944. Dit is midden in de Tweede Wereldoorlog, vlak na het begin van de Hongerwinter in bezet Nederland. De economische situatie in Amsterdam was rampzalig; er was een enorm tekort aan goederen, brandstof en voedsel.
* Locatie: Het Waterlooplein en de Nieuwmarkt waren vanouds de centrale plekken voor de Amsterdamse (vaak Joodse) markt- en straathandel. In 1944 waren deze buurten door de deportaties grotendeels leeggehaald. Dat de schrijfster juist hier een plek zoekt, getuigt van de wanhoop om op een bekende handelsplek toch nog wat inkomen te genereren.
* Bureaucreatie: Ondanks de oorlogsomstandigheden en de naderende hongersnood bleven de ambtelijke molens en belastingsystemen (zoals de genoemde omzetbelasting) doordraaien, wat een zware wissel trok op kleine zelfstandigen. De aantekening "moet een brood verdienen" in de marge suggereert dat een ambtenaar het verzoek van een menselijke kant heeft bekeken. J.G. Sijmonbergen Puls