Handgeschreven brief of rapportage (pagina 2 en 3 zichtbaar).
Origineel
Handgeschreven brief of rapportage (pagina 2 en 3 zichtbaar). (Pagina 2)
Mijnheer ik zal uw [doorgehaald]
n staaltje vertellen, er zijn
venters die zijn met 2 of 3
man samen, de eene brengt
de kar naar de plaats en de
anderen brend de Groote visch
die zijn uit de schol of andere
visch uitzoeken naar huis
Nog n staaltje wat ik opgemerkt
heb, er zijn venters zij nemen
twee platte aalkistjes, legge
ze onderste boven met de
bomen naar boven, dan
keeren zij 2 kisten met visch
op de leege kisten in de kar
om, dus dan is de kar over-
vol, Mijnheer dat doen zij
voor de Marktmeester, die denkt
dan, dat gewicht is er wel
maar niet vergeten de
anderen helft is al weg
gemoffelt Mijnheer nog iets
wat niet mag. Op de Markt
(Pagina 3)
Als zij de Visch ontvangen
hebben, dan wordt de visch
in de karren gedaan, en
al de Groote er uit gezocht
en weg gemoffelt in zakken
of kisjes, dat komt niet op
de standplaats maar in de
zwartte handel. Mijnheer uw
kan dat voorkomen dat
diefverij van de arme menschen
die ure in de rij staan
Om 'smorgens n Cotroleur
op de Vischmarkt er voor
aantestellen om dat uitzoeken
te verbieden en meer de
Visch na wegen op de
staanplaats Wandt ik heb
opgemerkt de Venters sturen
een van hun mannetjes naar
de Standplaats om te zien
of de wegschaal er is, dan
krijgen zij direct de tip terug In dit document doet een informant of een bezorgde burger verslag van malafide praktijken door visventers. De schrijver beschrijft twee specifieke methoden van bedrog:
- Selectie voor de zwarte handel: Bij ontvangst van de vis sorteren de venters de grootste en beste vissen (zoals schol) er direct uit. Deze worden 'weggemoffeld' in zakken of kistjes en naar huis gebracht voor de zwarte handel, in plaats van op de officiële standplaats te worden verkocht.
- Misleiding van de marktmeester: Venters plaatsen lege aalkistjes ondersteboven onderin hun kar. Vervolgens storten ze daar een paar kisten vis overheen. Hierdoor lijkt de kar boordevol, waardoor de marktmeester ten onrechte denkt dat het volledige gewicht aan vis aanwezig is, terwijl in werkelijkheid de helft al is weggesluisd.
De schrijver benadrukt dat dit ten koste gaat van de "arme menschen" die uren in de rij staan. Als oplossing wordt gesuggereerd om een controleur aan te stellen die het selectief uitzoeken verbiedt en de vis op de standplaats laat nawegen. Ook wordt vermeld dat de venters met verkenners werken die waarschuwen ("de tip") als er een weegschaal of controle aanwezig is. De tekst bevat diverse taal- en spelfouten (zoals brend i.p.v. brengt, bomen i.p.v. bodems, kisjes i.p.v. kistjes, Wandt i.p.v. Want en Cotroleur i.p.v. Controleur), wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse of iemand met weinig formele scholing. De term "zwarte handel" en de schaarste (mensen die uren in de rij staan) suggereren dat dit document mogelijk geschreven is tijdens of kort na de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin distributie en markttoezicht van cruciaal belang waren voor de voedselvoorziening. De brief is gericht aan een "Mijnheer", vermoedelijk een ambtenaar of autoriteit verantwoordelijk voor de marktordening.