Administratieve rapportage / ambtelijk advies
Origineel
Administratieve rapportage / ambtelijk advies 31 augustus 1939 no 28/44/i 1939 29/7
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.
Aangaande het verzoek van H Schouten
om zich te laten assisteren op zijn marktplaatsen
diene het volgende.
Schouten heb ik meermalen gewaarschuwd
zelf bij zijn stal aanwezig te zijn, want Schouten
laat zijn assistent veelal alleen staan, en hij
loopt dan over de markt te wandelen.
Zoo goed als zijn z.g.n. assistent het alleen af-
kan, lijkt het mij toe, dat Schouten dat dan ook
wel kan. Ik adviseer U dan ook, de gevraagde
assistentie niet toe te staan.
Dat Schouten aan de oproepingen geen ge-
hoor heeft gegeven, komt omdat hij verhuisd is.
31-8-'39.
[Handtekening, mogelijk Veenhoff] * Inhoud: De brief bevat een negatief advies betreffende een verzoek van marktkoopman H. Schouten voor extra assistentie. De rapporteur merkt op dat Schouten al herhaaldelijk gewaarschuwd is omdat hij zijn kraam ("stal") verlaat terwijl de assistent het werk doet. De schrijver redeneert dat als een assistent het alleen af kan, de eigenaar zelf dat ook moet kunnen.
* Toon: De toon is ambtelijk, streng en beslist. Het woord "niet" is onderstreept om de nadruk te leggen op de afwijzing.
* Taalgebruik: Er wordt gebruik gemaakt van typische vooroorlogse administratieve termen zoals "z.g.n." (zoogenaamd), "diene het volgende" en "geen gehoor geven".
* Fysieke kenmerken: Het betreft een handgeschreven document op ongelinieerd papier met een referentienummer in de linkerbovenhoek. Dit document is gedateerd op 31 augustus 1939, de dag voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Hoewel de wereldgeschiedenis op het punt staat te kantelen, toont dit document de voortgang van de dagelijkse gemeentelijke bureaucratie in Nederland.
In deze periode was het marktwezen strikt gereguleerd door de gemeente. Marktkooplieden waren vaak verplicht om persoonlijk bij hun standplaats aanwezig te zijn om misbruik van vergunningen of onderverhuur te voorkomen. Het toezicht hierop werd uitgevoerd door marktmeesters die rapporteerden aan de Inspecteur van het Marktwezen. De kwestie rondom H. Schouten illustreert de handhaving van deze lokale verordeningen en de kritische blik op het inzetten van (niet-noodzakelijk geacht) personeel.