Uittreksel van een verordening of politiereglement (waarschijnlijk een Algemene Plaatselijke Verordening - APV).
Origineel
Uittreksel van een verordening of politiereglement (waarschijnlijk een Algemene Plaatselijke Verordening - APV). Artikel 23
I Bewoners van bewoonde en eigenaren of gebruikers van onbewoonde perceelen zijn verplicht:
a van het gedeelte van den voetweg, hetwelk zich voor of langs hun perceelen uitstrekt, sneeuw en/of ijs zoo spoedig mogelijk weg te ruimen en dat weggedeelte bij gladheid zoo spoedig mogelijk met zand of asch te bestrooien, waarbij het ophopen van de weggeruimde sneeuw en/of het weggeruimde ijs op zoodanige wijze moet geschieden, dat voldoende openingen voor het afvloeien van dooiwater aanwezig zijn en tramrails, tram- en autobushalten, alsmede goten, brandputten en de afvoer naar rioolputten worden vrijgehouden.
Indien meer dan één persoon bewoner of gebruiker van een perceel is, rust deze verplichting op den bewoner of gebruiker der gelijk-straatsche verdieping, of bij gebreke van dezen, op den bewoner of gebruiker van de het dichtst boven de gelijkstraatsche gelegen verdieping, welke bewoond of in gebruik is.
Indien meer dan één persoon eigenaar van een perceel is, rust bedoelde verplichting, onverminderd het in het vorige lid ten aanzien van den gebruiker bepaalde, op elk der eigenaren;
b. indien, ten gevolge van door hen of op hun last verrichte werkzaamheden, vuilnis, puin, steengruis, zand, sintels of aarde op den openbaren weg is achtergebleven, te zorgen, dat elken dag de weg binnen den tijd van één uur na afloop van die werkzaamheden, behoorlijk, ter beoordeeling van de politie of van een door den directeur der stadsreiniging aangewezen ambtenaar, gereinigd is;
c. na het ruimen van sneeuw van daken of goten te zorgen, dat die sneeuw binnen één uur na afloop der werkzaamheden van den openbaren weg verwijderd is.
II 2. Het is, behalve aan de daarvoor van gemeentewege aangewezen personen, verboden, bij het van den openbaren weg verwijderen van sneeuw en/of ijs, gebruik te maken van zout of andere bijtende stoffen. * Inhoud: Het document legt de verantwoordelijkheid voor een veilige en schone stoep direct bij de burger neer. Opvallend is de gedetailleerde hiërarchie van verantwoordelijkheid: bij een pand met meerdere bewoners is de bewoner van de begane grond ("gelijkstraatsche verdieping") als eerste verantwoordelijk voor het sneeuwruimen.
* Infrastructuur: De tekst noemt specifiek tramrails en autobushalten, wat duidt op een stedelijke context met ontwikkeld openbaar vervoer.
* Milieu en Materiaal: Het verbod op het gebruik van zout door burgers (onder punt II) is historisch interessant. Dit kan te maken hebben gehad met de schaarste/prijs van zout, de schade die het toebracht aan schoeisel en paardenhoeven, of de corrosieve werking op tramrails. Er werd in die tijd voornamelijk zand of as gebruikt voor strooien.
* Handhaving: De controle op de reiniging ligt bij de politie of de directeur van de stadsreiniging. Dit type reglementering was in de 19e en vroege 20e eeuw gebruikelijk in Nederlandse gemeenten. Waar tegenwoordig de gemeente vaak zelf verantwoordelijk is voor de hoofdwegen en fietspaden, gold vroeger een strikte "onderhoudsplicht" voor de burger voor de stoep voor de eigen deur. De archaïsche spelling (zoals "zoodanige" en "voetweg") en de verwijzing naar "asch" (uit de kachel) als strooimiddel plaatsen dit document stevig in het interbellum (1918-1939) of kort daarna.