Getypte brief (officiële correspondentie).
Origineel
Getypte brief (officiële correspondentie). 22 maart 1944. Vermoedelijk een inspecteur of ambtenaar verbonden aan de voedselvoorziening of transportcontrole (gezien de context en handgeschreven aantekeningen). 37/25/2M. VD/SV.
Verzonden 22/3
bedrijfschef.
22 Maart 1944.
Aanvraag paard
D.Zandvliet en
C.Silleman.
de Nederlandsche Organisatie
voor het beroepsgoederenvervoer
langs den weg,
Warmoesstraat 17,
H A A R L E M.
==============
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15 Februari
jl. bericht ik U, dat Th.Zandvliet toegang heeft tot de
Centrale Markt als kooper, echter niet zoozeer omdat hij
kleinhandelaar is in aardappelen, groente en fruit, maar
om zijn vrouw, die deze handel in Amsterdam-Noord uit-
oefent, op de Centrale Markt behulpzaam te kunnen zijn.
Zijn eigen werk is het vervoeren van aardappelen van de
hulpmarkt in Amsterdam-Noord naar en voor rekening van
een groot aantal kleinhandelaren in dit stadsdeel. Voor
zoover uit zijn eigen notitieboekje is kunnen blijken ver-
voert hij ongeveer 650 hl. per week. Zandvliet heeft de
beschikking over twee wagens doch slechts over één paard.
Hij verklaarde voldoende werk te hebben om twee wagens te
gebruiken, reden waarom hij een tweede paard aanvraagt.
Silleman, die een schoonzoon is van Zandvliet,
heeft de beschikking over een paard en wagen en vervoert
hiermede eveneens van de hulpmarkt in Amsterdam-Noord
aardappelen voor rekening van verscheidene kleinhandelaren
in dit stadsdeel. Uit een bewijsje dat hij vertoonde bleek
dat hij ook wel voor de Duitsche Weermacht heeft gereden.
Silleman verklaarde dit thans niet meer te doen daar de
betrokkene afdeeling niet meer in Amsterdam-Noord aan-
wezig is. Hij verklaarde voor het werk van de Duitsche
Weermacht een vervoersvergunning te hebben gehad van de
Rijksverkeersinspectie onder letter A.P.D no.631-11-1.
Deze vergunning zou hij weer aan de Rijksverkeersinspectie
hebben terug gezonden. Het paard van Silleman, dat bij
de Provinciale Voedselcommissie voor Noord-Holland is in-
geschreven onder No. 731690, is blijkens een dekbewijs
hetwelk Silleman mij ter inzage vertoonde, op 21 Augustus
1943 gedekt door den hengst Coureur Avenu,stamboeknummer
K.1531 en eigendom van den boer Hotting te Amsterdam-Noord. * Kernboodschap: De brief dient als een feitelijk verslag naar aanleiding van een aanvraag voor een extra werkpaard. Er wordt onderzocht of de transportactiviteiten van Th. Zandvliet en zijn schoonzoon C. Silleman in Amsterdam-Noord de toewijzing van extra middelen rechtvaardigen.
* Belangrijke observaties:
* Th. Zandvliet: Vervoert wekelijks een aanzienlijke hoeveelheid aardappelen (650 hectoliter) voor lokale winkeliers. Hij heeft twee wagens maar slechts één paard, wat zijn capaciteit beperkt.
* C. Silleman: Rijdt eveneens voor de aardappelvoorziening. Opvallend is de melding dat hij voorheen voor de Duitse Weermacht reed, maar dat dit gestopt is omdat de betreffende eenheid vertrokken is.
* Bureaucratische controle: De brief getuigt van strenge controle op transportmiddelen. Er wordt gerefereerd aan vergunningsnummers van de Rijksverkeersinspectie en registraties bij de Provinciale Voedselcommissie.
* Detailniveau: De inspecteur gaat zover dat hij het "dekbewijs" van het paard van Silleman controleert, inclusief de naam en het stamboeknummer van de hengst (Coureur Avenu) en de eigenaar (boer Hotting). * Tijdsgewricht: Maart 1944, de late fase van de Tweede Wereldoorlog in bezet Nederland. Grondstoffen, brandstof en vervoerscapaciteit waren uiterst schaars en stonden onder streng toezicht van zowel de bezetter als de Nederlandse distributieorganen.
* Voedselvoorziening: Het transport van aardappelen was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de steden. De "hulpmarkt" in Amsterdam-Noord fungeerde als distributiepunt om de centrale stad te ontlasten of omdat transport over het IJ bemoeilijkt was.
* Duitse Weermacht: Veel transportbedrijven werden gedwongen of ingehuurd om voor de Weermacht te werken. Het feit dat Silleman zijn vergunning heeft teruggegeven na het vertrek van de Duitse afdeeling, geeft aan dat dergelijke vergunningen specifiek aan taken gebonden waren.
* Organisatie: De NOB (Nederlandsche Organisatie voor het beroepsgoederenvervoer) was de door de bezetter ingestelde koepelorganisatie waarbij alle transporteurs verplicht aangesloten moesten zijn om hun beroep te mogen uitoefenen.