← Terug
Archief 745
Inventaris 745-282
Pagina 315
Jaar 1939

Ambtelijk rapport/proces-verbaal betreffende markttoezicht.

Maandag 24 juli (jaar onvermeld, mogelijk 1939 of 1944 op basis van de kalender).

Samenvatting

In dit rapport doet een marktinspecteur verslag van een overtreding van het marktreglement op de Amsterdamse Westermarkt. De inspecteur constateert dat plaatshouder M. Werkendam (nummer 154) zijn plek heeft afgestaan aan een neef die bij de loting voor die dag buiten de boot was gevallen. De neef verkocht goederen "in consignatie" (namens Werkendam), terwijl Werkendam zelf in het café zat. De inspecteur treedt streng op omdat dit gedrag de eerlijkheid van het lotingsysteem ondermijnt. Het is een klassiek voorbeeld van bureaucratische handhaving: de regels moeten voorkomen dat handelaren door middel van "zogenaamde assistentie" de schaarste aan standplaatsen omzeilen ten koste van andere gegadigden (de "lotelingen"). De tekst breekt abrupt af aan het einde van de pagina.

Historische Context

De Westermarkt was van oudsher een plek van levendige handel in Amsterdam. In de eerste helft van de 20e eeuw was het Marktwezen een streng georganiseerde gemeentelijke dienst. Vanwege de grote vraag naar standplaatsen werd er gewerkt met een lotingsysteem voor dagplaatsen. De achternaam Werkendam is een bekende Joodse naam in Amsterdam; veel Joodse handelaren waren werkzaam op de markten rondom de Jordaan en de Joodse buurt. Dit document illustreert de spanning tussen de informele economie (familieleden helpen, handel in consignatie) en de formele gemeentelijke regelgeving in een tijd van economische krapte.

Genoemde Personen

M. Werkendam

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Transcriptie

Rapport, Westermarkt. Aan den Inspecteur v/h Marktwezen alhier. Maandag 24 Juli l.l. constateerde ik dat de plaatshouder No 154 M Werkendam niet op zijn plaats aan- wezig was, maar wel een neef van genoemde plaatshouder. Deze neef heeft al meermalen meegeloot, maar omdat hij een te hoog No heeft komt hij niet in aanmerking voor een lootplaats. Deze neef had een flinke partij goed van M. Werkendam in consignatie, en om hem nu een plaats te bezorgen heeft Werkendam zijn plaats hiervoor dis- ponibel gesteld. Dit werd mij door andere kooplieden me- gedeeld. Daar W. niet bij zijn plaats was, heb ik hem ver- zocht naar zijn stal te gaan, maar hij vertelde mij dat hij weg moest en om $\pm$ 3.30 uur terug zou komen. Daar ik hier niet mee accoord ging, is hij naar zijn plaats gegaan. Toen ik voor de tweede maal bij W zijn stal kwam, was hij weer weg, hij zat n.m. in een café, en neef was druk aan het handelen. Daar er met de loting plaatsen te kort waren, kon ik niet toestaan, dat iemand die niet meegeloot had wél een plaats kreeg, en een loteling geen. Weer werd W bij zijn plaats geroepen. Ik verzocht W nu bij zijn stal te blijven, en sta ik ook deze z.g.n. assistentie niet toe. Neef werd dan ook weggestuurd. Voor de derde maal was W niet bij zijn stal, en voor de 4e maal moest