Verslag/Rapportage over een incident op een markt.
Origineel
Verslag/Rapportage over een incident op een markt. 24 juli 1939. hij was uit het café gehaald worden, en gelastte ik
neef om in te pakken. Toen kwam W aangelopen
en verklaarde niet in te pakken het was zijn plaats,
en ik moest maar eens een beetje zoo doen (door de
vingers kijken). W heeft zich toen in verbinding gesteld
met de heren Mr. v Praag en Duinhoven. Zijn be-
stuurder de hr. Loggem heeft in deze zaak nog ge-
tracht Werkendam te helpen, maar het slot was dat
Werkendam de markt moest verlaten.
Bij een later gesprek heeft de hr. Loggem mij
gezegd dat W ongelijk had, want die handel was wel
degelijk van genoemde neef. Maar zei hij; „als
bestuurder is het zoo moeilijk of er wel en je er niet
mee te bemoeien, maar zei hij, ik moest hem dat
niet kwalijk nemen dat hij voor een lid opkwam,
maar hij gaf mij gelijk. Ten slotte nu, daar het
nu toch gebleken is dat Werkendam niet juist
gaat, lijkt het mij toch dat hij hiervoor een een
ernstige waarschuwing krijgt.
A'dam 24 Juli 1939 [Handtekening: Wemhoff(?)]
2 dagen voorwaardelijk M. Werkendam
a.s. maandag straffen Hofmeyrstr. 10 II
geen opm. bij opgeroepen p. 28/7 39
Mr. v Praag. [Paraaf]
27-7 39
[Paraaf] Het document is een ambtelijk verslag van een marktmeester of toezichthouder over een geschil betreffende een marktplaats. De kern van het conflict draait om de vraag wie het recht had om op een specifieke plek te staan: een "neef" (wiens handel het feitelijk was) of ene Werkendam (W.).
De auteur van het verslag sommeerde de neef om in te pakken, waarna Werkendam protesteerde en de auteur vroeg om "door de vingers te kijken". Werkendam zocht steun bij zijn belangenbehartiger (de heer Loggem) en juridisch adviseurs (Mr. v. Praag). Hoewel de heer Loggem aanvankelijk probeerde te bemiddelen, gaf hij later in een vertrouwelijk gesprek toe dat Werkendam ongelijk had. Loggem verklaarde zijn eerdere handelen vanuit zijn rol als bestuurder die moet opkomen voor zijn leden, ook als zij fout zitten.
De conclusie van het verslag is dat Werkendam niet correct heeft gehandeld. Onderaan het document is de afhandeling genoteerd: een straf van "2 dagen voorwaardelijk" (vermoedelijk een schorsing van de markt) en een oproeping voor 28 juli 1939. Dit document stamt uit juli 1939, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. De locatie (Amsterdam) en de namen (zoals Werkendam en Van Praag) suggereren een context binnen de Amsterdamse markthandel, waarin de Joodse gemeenschap destijds een zeer groot aandeel had (denk aan de Albert Cuypmarkt of de markt op het Waterlooplein).
De Hofmeyrstraat 10-II bevindt zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die in 1939 een aanzienlijke Joodse populatie kende. Het document geeft een inkijkje in de strikte regulering van de markthandel en de rol van vakverenigingen/bestuurders in die tijd. De informele opmerking over het "door de vingers kijken" en het onderlinge gesprek tussen de auteur en de bestuurder Loggem tonen de menselijke en politieke dynamiek achter de marktordening. M. Werkendam