Handgeschreven ambtelijke notitie op een gedeeltelijk bedrukt vel papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een gedeeltelijk bedrukt vel papier. 15 maart 1944 (paars stempel). Hiermede bericht ik U dat
A. Flesschedrager, destijds
wonende Transvaalstraat 32 te
Amsterdam heeft op de Centrale
Markt een vischschoonmakerswerkplaats
in huur ^heeft^ gehad.
Inventaris heeft hij
echter niet achtergelaten.
[Stempel:] 15 MAART 1944
[In rood:] 37/31/2 De notitie is een zakelijke mededeling waarin wordt vastgesteld dat de heer A. Flesschedrager een "vischschoonmakerswerkplaats" huurde op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de boodschap is dat er bij het beëindigen van de huur (of het vertrek van de huurder) geen inventaris is aangetroffen. In de context van 1944 was dergelijke informatie cruciaal voor instanties die belast waren met het beheer of de onteigening van Joodse bezittingen en bedrijfsruimten. De afwezigheid van inventaris betekende dat er voor de bezetter of de curator niets meer te liquideren of te vorderen viel. Dit document is een administratief overblijfsel van de Holocaust in Nederland.
* De persoon: De genoemde "A. Flesschedrager" is zeer waarschijnlijk Aaron Flesschedrager (geboren 1883), die volgens archiefstukken op het adres Transvaalstraat 32-huis woonde. Hij werd in september 1942 gedeporteerd en vermoord in Auschwitz.
* Tijdslijn: Hoewel de huurder al in 1942 was weggevoerd, dateert dit briefje uit maart 1944. Dit wijst op de trage, bureaucratische afwikkeling van de "vrijgekomen" Joodse werkplaatsen en woningen door de Amsterdamse gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) of de Duitse bezettingsautoriteiten.
* Locatie: De Transvaalbuurt, waar de Transvaalstraat ligt, was een Joodse volksbuurt. Veel bewoners werkten in de handel of op de nabijgelegen Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). Dit document illustreert hoe het dagelijks werkzame leven van een visbewerker abrupt tot een einde kwam door de deportaties.