Ambtelijk rapport/brief.
Origineel
Ambtelijk rapport/brief. De Bedrijfschef der Centrale Markt (waarnemend). De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Getypte tekst]
Rapport.
De Hulpmarkten Pl.Muidergracht t.o.de perceelen 137 - 151, Prinsengracht tusschen Utrechtsche straat en de Amstel en Brouwersgracht t.o.de perceelen 176 - 208 zijn over 1943 niet voor de aanvoer van aardappelen per schip gebruikt, terwijl nu de gedecentraliseerde afgifte van aardappelen in de stad zich min of meer "gezet" heeft, verwacht mag worden dat ook over 1944 e.v. geen gebruik van deze hulpmarkten zal worden gemaakt.
Waar deze markten tegelijk met de andere dagelijks door een ambtenaar moeten worden gecontroleerd, hetgeen een groot gedeelte van den diensttijd in beslag neemt, stel ik U voor de contrôle over de genoemde drie hulpmarkten voorloopig te laten vervallen.
Verder is gebleken dat het als hulpmarkt aangewezen gedeelte van de Schinkelkade, voor de aardappelaanvoer, zooals deze zich tot heden heeft ontwikkeld, te klein is. Wegens plaatsgebrek is men dan ook tot lossing van de aardappelschepen buiten de markt, n.l. aan de daar tegenover liggende Sloterkade overgegaan, terwijl door M.W. voor het innemen van deze ligplaatsen kadegeld wordt geheven.
Het is wenschelijk, dat aan deze "onregelmatigheid" een einde wordt gemaakt door mede het gedeelte Sloterkade, gelegen t.o. de perceelen 164 t/m 188 als hulpmarkt aan te wijzen, waardoor in dit stadsgedeelte de losruimte dus wordt uitgebreid.
Amsterdam, 29 Maart 1944.
De Bedrijfschef der Centrale Markt (wnd),
[Signatuur: Onleesbaar]
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen.
[Handgeschreven aantekeningen]
(Links midden, rood): Th. bericht [...] [onleesbaar]
(Onderaan, blauw/zwart):
Hieromtrent had te voren moeten worden gesproken. De reden moet niet zijn marktbelasting buiten de aanvoer-grens te lossen! Uit te vinden beiden redenen.
3-4-'44.
(Rechtsonder): Voorstel nu maken Is inmiddels geheel [permanent?]?
(Midden onder): Akkoord! [geparafeerd] Het document beschrijft een logistiek en administratief vraagstuk betreffende de distributie van aardappelen in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Er worden twee hoofdpunten aangedragen:
1. Efficiëntie van toezicht: De hulpmarkten aan de Plantage Muidergracht, Prinsengracht en Brouwersgracht worden niet meer gebruikt voor aanvoer per schip. Omdat dagelijkse controle door ambtenaren tijdrovend is, wordt voorgesteld deze controles te staken.
2. Formalisering van de praktijk: Bij de Schinkelkade is te weinig ruimte, waardoor schepen uitwijken naar de Sloterkade. Hoewel dit officieel buiten de "markt" valt, heft het Marktwezen (M.W.) daar wel al kadegeld. De bedrijfschef stelt voor de Sloterkade officieel als hulpmarkt aan te wijzen om deze "onregelmatigheid" te legaliseren.
De handgeschreven noten onderaan tonen de ambtelijke hiërarchie: de directeur of een hogere ambtenaar plaatst kritische kanttekeningen bij de motivatie (het innen van belasting mag niet de hoofdreden zijn voor het aanwijzen van een markt), maar geeft uiteindelijk op 3 april 1944 toch een "Akkoord!". Dit document stamt uit het voorjaar van 1944, een periode waarin de voedselvoorziening in Nederland onder grote druk stond. Aardappelen waren het volksvoedsel nummer één. De "gedecentraliseerde afgifte" waarover gesproken wordt, verwijst naar het systeem waarbij voedsel op diverse plekken in de stad werd verdeeld om grote samenscholingen bij de Centrale Markt in West te voorkomen en de druk op het transportmiddelen (zoals handkarren) te verkleinen.
De zorg om "diensttijd" van ambtenaren suggereert een tekort aan personeel, wat typerend was voor deze fase van de oorlog (door onderduik, de Arbeitseinsatz of simpelweg brandstofgebrek voor verplaatsingen). Het document biedt een inkijkje in hoe de Amsterdamse bureaucratie probeerde de schaarse middelen en ruimte zo praktisch mogelijk te beheren te midden van de oorlogsomstandigheden.