Handgeschreven memo/kanttekening op een (doorslag van een) getypt document.
Origineel
Handgeschreven memo/kanttekening op een (doorslag van een) getypt document. 30 maart 1944, 3 april 1944 en 11 april 1944. (Bovenzijde, in grijze inkt/potlood:)
lichter beschouwd willen zien.
Dit neemt niet weg dat hiermee een niet
onaanzienlijk bedrag aan liggelden gemoeid was
's-Gravenhage 30/3-44
[Signatuur]
(Midden, in blauwe inkt:)
Klaarblijkelijk
wanneer vaartuigen als kolder
worden gebruikt zoals in bovenstaand
geval moeten zij inderdaad als
zoodanig betalen.
Vaartuigen die van de
bouwplaats aanvaren zijn zeker
vrij van betaling zoolang zij niet
in lossing zijn gegaan.
Twijfelgevallen moeten afzonderlijk
worden beoordeeld en aan mij
ter decisie voorgelegd.
11-4-44
[Signatuur]
(Linkermarge, in rode inkt:)
Hierbij afschrift
rapport Blom d.d.
3/4-44.
[Signatuur] * Onderwerp: De tekst handelt over de administratieve en financiële afhandeling van vaartuigen in een haven of bij een bouwproject, specifiek met betrekking tot het heffen van "liggelden" (havengeld).
* Kernbepaling: Er wordt een onderscheid gemaakt in het gebruik van de schepen:
1. Indien vaartuigen als "kolder" (mogelijk bedoeld als opslag- of werkschip/ponton) worden gebruikt, zijn zij betalingsplichtig.
2. Vaartuigen die direct van een bouwplaats komen en nog niet zijn begonnen met lossen, zijn vrijgesteld van betaling.
* Autoriteit: De schrijver van de blauwe tekst (waarschijnlijk een inspecteur of afdelingshoofd) behoudt zich het recht voor om in twijfelgevallen de eindbeslissing ("ter decisie") te nemen.
* Contextuele verwijzing: Er wordt verwezen naar een rapport van ene "Blom" van 3 april 1944, wat suggereert dat deze handgeschreven instructie een reactie is op bevindingen uit dat rapport. Het document dateert uit april 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stonden transport, scheepvaart en bouwactiviteiten onder streng toezicht van zowel de Nederlandse civiele administratie als de bezetter. De precieze aard van de bouwplaats wordt niet genoemd, maar de noodzaak om liggelden nauwkeurig te administreren wijst op een formele haven- of waterstaatsautoriteit in Den Haag. De term "kolder" in deze context is specifiek; het verwijst naar een vaartuig dat niet actief vaart maar als drijvend platform of tijdelijke opslag dient.