Ambtelijk rapport/memo.
Origineel
Ambtelijk rapport/memo. 29 maart 1944. C. Blom, Marktmeester van de Centrale Markt te Amsterdam. De Bedrijfschef van de Centrale Markt. [Stempel/Type]: No = 37/50/1
[Stempel]: M. 194
Handgeschreven: n.i. bedrijfshf [niet in overleg/bedrijfschef?]
Rapport. Amsterdam, 29 Maart 1944.
Ondergeteekende, C. Blom, rapporteert U het volgende:
Hedenmorgen werd door ondergeteekende schipperscontrole gehouden op de Centrale Markt.
Het bleek mij tijdens die contrôle dat schipper J. Flotié met zijn schip "Gejama" groot 217 ton, genoteerd stond als schip "niet in lossing" en als zoodanig voor dit schip geen kadegeld was berekend.
Schipper Flotié vertelde mij dat zijn schip als lichter was aangenomen; hij had aardappelen overgenomen uit een ander schip aan de Zoutkeetsgracht waarna hij naar de Centrale Markt was komen varen en daar als lichter voor onbepaalden tijd moest liggen.
Dit schip kwam 11 Maart aan de Centrale Markt en had vanaf dien datum als lichter berekend moeten zijn.
Een soortgelijk geval is met schipper A. Leenders, Schip "Catharina", groot 549 ton. Dit schip ligt reeds van 28 Februari aan de C.M.
Ik zou U willen voorstellen voor schepen waarvan de bestemming nog niet bekend is en die nog niet in lossing zijn, niet langer dan één week vrij van kadegeld te laten liggen. Bij langer ligtijd dan één week, en dan nog niet in lossing, deze schepen als lichter te beschouwen en te berekenen volgens lichters-tarief.
De Marktmeester,
[Signatuur]: C. Blom
Aan den heer Bedrijfschef van de Centrale Markt.
[Handgeschreven notitie onderaan]:
De in art. 14 sub II a. van de Verordening op de heffing van markt-, stand-, kade- en pontgelden bedoelde belasting wordt inderdaad geïnd op en met ingang van den dag waarop de betreffende vaartuigen in lossing gaan. De praktijk leerde echter dat de aanvoerende schepen, ook wanneer ze meerdere dagen, soms weken aan de Centrale Markt op het tijdstip van lossing lagen te wachten, toch niet als ... [tekst loopt buiten beeld/loopt door op volgende pagina]. * Kern van het document: Marktmeester Blom constateert een maas in de regelgeving omtrent het liggeld (kadegeld) op de Centrale Markt in Amsterdam. Schepen die "niet in lossing" zijn (dus nog niet officieel hun lading lossen), betalen geen kadegeld. Sommige schippers gebruiken dit om hun schip voor onbepaalde tijd als 'lichter' (opslagvaartuig) te laten liggen zonder hiervoor te betalen.
* Casus: Hij noemt specifiek de schepen Gejama (sinds 11 maart) en Catharina (sinds 28 februari). Vooral de Catharina ligt er op het moment van schrijven al een maand "gratis".
* Beleidsvoorstel: Blom stelt voor om een termijn van één week te hanteren. Na die week moet het 'lichters-tarief' in rekening worden gebracht, ongeacht of er gelost wordt.
* Juridische grondslag: De handgeschreven notitie verwijst naar "Art. 14 sub II a" van de toenmalige Verordening op marktgelden, wat duidt op een poging om de bureaucratische uitvoering strakker te trekken. * Historische periode: Maart 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad.
* Schaarsche en Efficiëntie: In deze fase van de oorlog was er grote schaarste en stond de logistiek onder zware druk. Het efficiënt benutten van kades en het correct innen van gelden was voor het gemeentelijk apparaat van groot belang.
* Terminologie: Een "lichter" is een vaartuig dat gebruikt wordt om lading van grotere schepen over te nemen om deze naar ondiepere wateren te brengen of tijdelijk op te slaan. In dit rapport wordt de term gebruikt om aan te geven dat het schip fungeert als drijvend pakhuis in plaats van als transportmiddel. A. Leenders Blom constateert (Marktmeester) C. Blom C.M.