Officiële aanmaning (betalingsherinnering).
Origineel
Officiële aanmaning (betalingsherinnering). D. Driessen (waarschijnlijk een beheerder of ambtenaar van de Centrale Markt). [Bovenaan in rood potlood:] 37/48/1
Aangezien U in gebreke bent gebleven
om voor den eersten van deze maand verschenen
termijnen van het plaatsgeld van Uw plaats in
de hal op de Centrale Markt, waarvoor U
voor het kalenderjaar 1944 f 580.- verschuldigd bent,
te voldoen, maan ik U bij dezen aan om
binnen acht dagen na datum dezes een bedrag
groot f 41.67 te mijnen kantore te voldoen
of te doen overschrijven op de rekening no 17
van de Centrale Markt bij het Gemeentelijk
Girokantoor.
Indien U aan de aanmaning geen
gevolg geeft zal ik mij genoodzaakt zien om
deze vordering in handen te stellen van het
Gemeentelijk bureau dat met het incasseeren
van achterstallige vorderingen is belast.
D. Driessen,
[Stempel onderaan:] HD 23/11 '44
[Rechtsonder:] z.o.z. Dit document is een formele, dwingende aanmaning gericht aan een exploitant van een standplaats in de hal van de Centrale Markt (Amsterdam). De toon is ambtelijk en juridisch correct ("in gebreke bent gebleven", "maan ik U bij dezen aan").
De kern van de zaak is een betalingsachterstand. De ontvanger is voor het hele jaar 1944 een bedrag van f 580,- aan plaatsgeld verschuldigd. De huidige termijn die openstaat betreft f 41,67. De schuldenaar krijgt acht dagen de tijd om te betalen, hetzij contant ten kantore van de afzender, hetzij via een overschrijving naar het Gemeentelijk Girokantoor. Indien betaling uitblijft, dreigt de afzender de vordering over te dragen aan de gemeentelijke incassodienst.
De afkorting "z.o.z." (zie ommezijde) onderaan suggereert dat er op de achterkant van het papier mogelijk nog aanvullende informatie of een acceptgiro-achtig formulier stond. Het document dateert van 23 november 1944. Dit is een zeer markante periode in de Nederlandse geschiedenis: de bezettingstijd tijdens de Tweede Wereldoorlog, en meer specifiek het begin van de Hongerwinter in West-Nederland.
Het contrast is scherp: terwijl het dagelijks leven in Amsterdam volledig ontwricht raakte door extreme schaarste, kou en de nasleep van de spoorwegstaking, bleef het ambtelijke apparaat van de gemeente Amsterdam (waaronder de Centrale Markt en het Gemeentelijk Girokantoor) schijnbaar onverstoorbaar doorfunctioneren. Zelfs in een tijd van existentiële crisis werden er nog aanmaningen gestuurd voor bedragen tot op de cent nauwkeurig (f 41,67). Dit getuigt van de verregaande bureaucratische continuïteit tijdens de bezettingsjaren. De Centrale Markt was in die tijd bovendien een cruciale plek voor de (sterk gerantsoeneerde) voedselvoorziening van de stad. D. Driessen Gemeente Amsterdam