Handgeschreven zakelijke notitie/brief.
Origineel
Handgeschreven zakelijke notitie/brief. 4 december 1944. A'dam, 4/12 44
Den Heer Mr. O. J. Veenstra
Keizersgr. 484.
Hiermede geef ik
U in overweging een
schriftelijk verzoek tot mij
te richten om voor Uw
rekening en risico bemid-
deling te verleenen om
permanente wacht
te doen stellen op het
terrein, in huur bij
Baas' Timmer Bedr. / op
de C.M., ter bewaking
van de aldaar nog aan-
wezige goederen van Baas.
[is een en ander] De brief is opgesteld in een formele, zakelijke stijl. De schrijver adviseert de geadresseerde, de advocaat Mr. Veenstra, om een schriftelijk verzoek in te dienen voor het regelen van bewaking. Het gaat hierbij specifiek om "permanente wacht" op een terrein dat gehuurd wordt door "Baas' Timmer Bedrijf". De afkorting C.M. staat vrijwel zeker voor de Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center-terrein aan de Jan van Galenstraat), een locatie waar veel houthandels en opslagplaatsen gevestigd waren. De schrijver benadrukt dat de bemiddeling en de bewaking voor "rekening en risico" van de opdrachtgever zijn, wat wijst op een formele zakelijke overeenkomst waarbij de schrijver als tussenpersoon fungeert. De datum van de brief, 4 december 1944, is zeer betekenisvol. Nederland bevond zich midden in de Hongerwinter. In Amsterdam heerste op dat moment een enorme schaarste aan voedsel, brandstof en bouwmaterialen. Vanwege deze tekorten was diefstal en stroperij (ook wel 'hongertochten' en het slopen van leegstaande huizen voor brandhout) aan de orde van de dag. Het bewaken van resterende voorraden — in dit geval hout of andere goederen van de firma Baas — was essentieel voor het voortbestaan van een bedrijf, maar tegelijkertijd een risicovolle onderneming die officiële bemiddeling vereiste. De vermelding van Mr. Veenstra suggereert dat er mogelijk juridische of beheersmatige aspecten (zoals bewindvoering) bij betrokken waren. J. Veenstra O.J. Veenstra
Samenvatting
De brief is opgesteld in een formele, zakelijke stijl. De schrijver adviseert de geadresseerde, de advocaat Mr. Veenstra, om een schriftelijk verzoek in te dienen voor het regelen van bewaking. Het gaat hierbij specifiek om "permanente wacht" op een terrein dat gehuurd wordt door "Baas' Timmer Bedrijf". De afkorting C.M. staat vrijwel zeker voor de Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center-terrein aan de Jan van Galenstraat), een locatie waar veel houthandels en opslagplaatsen gevestigd waren. De schrijver benadrukt dat de bemiddeling en de bewaking voor "rekening en risico" van de opdrachtgever zijn, wat wijst op een formele zakelijke overeenkomst waarbij de schrijver als tussenpersoon fungeert.
Historische Context
De datum van de brief, 4 december 1944, is zeer betekenisvol. Nederland bevond zich midden in de Hongerwinter. In Amsterdam heerste op dat moment een enorme schaarste aan voedsel, brandstof en bouwmaterialen. Vanwege deze tekorten was diefstal en stroperij (ook wel 'hongertochten' en het slopen van leegstaande huizen voor brandhout) aan de orde van de dag. Het bewaken van resterende voorraden — in dit geval hout of andere goederen van de firma Baas — was essentieel voor het voortbestaan van een bedrijf, maar tegelijkertijd een risicovolle onderneming die officiële bemiddeling vereiste. De vermelding van Mr. Veenstra suggereert dat er mogelijk juridische of beheersmatige aspecten (zoals bewindvoering) bij betrokken waren.