Ambtsbrief / Geleidende brief.
Origineel
Ambtsbrief / Geleidende brief. 31 augustus 1944. De waarnemend Directeur (ondertekening: "De Directeur, wnd."). De Wethouder voor de Levensmiddelen, "Alhier" (ter plaatse, vermoedelijk een Nederlandse gemeente). 41/8/1M. 1 [handgeschreven:] Verzonden 31/8 31 Augustus 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
Ontvangen marktgeld over de maand Juli 1944.
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen toekomen een staat van ontvangen markt-
geld over de maand Juli 1944.
De Directeur,
wnd. * Formeel taalgebruik: De brief hanteert de voor die tijd gebruikelijke ambtelijke beleefdheidsvormen, zoals "heb ik de eer U te doen toekomen".
* Administratieve routine: Het document is een zuiver administratieve handeling: het doorsturen van een financiële verantwoording (de "staat") van geïnde marktgelden.
* Functionarissen: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". Tijdens de oorlogsjaren was deze post cruciaal vanwege de schaarste en de distributie van voedsel. De afzender is een waarnemend ("wnd.") directeur, wat erop kan wijzen dat de eigenlijke directeur afwezig was (bijv. ondergedoken, ontslagen door de bezetter, of ziek).
* Fysieke staat: Het document vertoont de typische kenmerken van een bureaucratisch archiefstuk uit de jaren '40, inclusief typfouten (zoals de spaties in "A l h i e r" voor nadruk) en een paarse stempelafdruk onderaan die moeilijk leesbaar is, maar waarschijnlijk een afdelingsstempel is. * Historische periode: De brief is gedateerd op 31 augustus 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Tijdsgeest: Slechts enkele dagen na deze brief, op 5 september 1944, zou "Dolle Dinsdag" plaatsvinden. Terwijl het front naderde en de spanning in het land steeg, blijkt uit dit document dat de gemeentelijke bureaucratie en de inning van marktgelden vooralsnog gewoon doorgingen.
* Voedselvoorziening: De markten waren in 1944 een essentieel onderdeel van de (sterk gereguleerde) voedselketen. De inning van marktgeld was een directe inkomstenbron voor de gemeente en een manier om toezicht te houden op de handel in een tijd van zwarte handel en distributiebonnen.