Archief 745
Inventaris 745-427
Pagina 535
Dossier 44
Jaar 1944
Stadsarchief

Dienstverslag / Rapportage.

5 januari 1944. Van: Een inspecteur van het Marktwezen (ondertekening onleesbaar, titel "Insp.").

Origineel

Dienstverslag / Rapportage. 5 januari 1944. Een inspecteur van het Marktwezen (ondertekening onleesbaar, titel "Insp."). [Linksboven]
Rapport.
Nº 46A/5/1. M. 1944 2/2

[Rechtsboven]
Amsterdam 5 Januari 1944

Weledelheer
A. H. de Haer
Inspecteur Marktwezen
Amsterdam.

[Hoofdtekst]
Dinsdag avond 4 Januari 44. om ongeveer
7 uur, is alhier door T. de Vries en Corn: Sliphorst visch
in ontvangst genomen van Gebr: Dil uit Akersloot.
De visch werd door Dil zelf aangevoerd per
auto, en de visch moest in zijn bijzijn afgewogen worden.
T. de Vries en C Sliphorst hebben dat gedaan.
Volgens de Nota van Dil moest er zijn
435 # brasem à - 32.
100 # Snoekbaars a - 57. (hij noteerde -65. dit is niet goed)
en 41 # Voorn a - 16.
Door de Vries en Sliphorst is de visch gewogen, in zijn bijzijn.
Er is uitgewogen: 432 # brasem. dus 3 # te kort.
91 # Snoekbaars. " 9 # "
41 # Voorn. in orde.

Deze visch is onder bewaking gesteld van de
nachtwaker van de vischmarkt.
Den volgenden morgen om half 7. is de visch
door de Haan en Stegeman voor de verdeeling
klaar gemaakt en afgewogen. Bij deze afweging
was er weer verschil in gewicht. n.l.
425 # brasem. dus weer 7 # te kort.
88 # Snoekbaars " " 3 # id.
38 # Voorn. " " 3 # id.

Dit is een gek geval. ik heb de visch in mijn bijzijn
nog eens laten overwegen en de Haan en Stegeman
hadden precies gewogen. Waar of het te kort van
heden morgen aan toe te schrijven is, dat is mij
onverklaarbaar. Maar of de Vries en Sliphorst
gisteravond goed gewogen hebben, dat weet ik niet
want daar ben ik niet bij geweest.

Hoogachtend
[Handtekening]
Insp.

[Marginale aantekening links in blauw krijt/potlood]
Dit lijkt toch
op de grootste
diefstal!!

[Administratieve aantekeningen onderaan]
Nader onderzoek 12-1-44 [paraaf]
Opbergen.
Met Dir besproken
22-1-44
de Haer
46 A * Kern van de zaak: Het rapport beschrijft een incident waarbij bij een zending vis (brasem, snoekbaars en voorn) tot twee keer toe tekorten werden geconstateerd. De eerste keer direct bij aankomst (vergeleken met de vrachtbrief) en de tweede keer de volgende ochtend, nadat de vis een nacht onder toezicht van een nachtwaker op de markt had gestaan.
* Twijfel aan personeel: De rapporteur uit expliciet zijn twijfels over de nauwkeurigheid of integriteit van zijn collega's De Vries en Sliphorst, die de eerste weging deden zonder zijn toezicht. Hij stelt dat de weging door De Haan en Stegeman de volgende ochtend in zijn bijzijn wel correct was, wat het verdere gewichtsverlies extra verdacht maakt.
* Interne reactie: De emotionele aantekening in de kantlijn ("Dit lijkt toch op de grootste diefstal!!") wijst erop dat men binnen de dienst het voorval zeer hoog opnam en uitging van opzettelijke ontvreemding. De administratieve afhandeling onderaan toont aan dat er een "nader onderzoek" heeft plaatsgevonden en dat de zaak is besproken met de directeur ("Dir"). * Oorlogstijd en Schaarste: De datum, januari 1944, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan voedsel en waren alle primaire levensmiddelen, waaronder vis, strikt gerantsoeneerd. Elke kilo die 'verdween' was een verlies voor de officiële voedselvoorziening en eindigde waarschijnlijk op de zwarte markt tegen woekerprijzen.
* De Inspectie Marktwezen: Deze gemeentelijke dienst had de zware taak om de handel in de stad te controleren. In oorlogstijd betekende dit niet alleen toezien op kwaliteit en gewicht, maar ook op de naleving van de complexe distributieregels van de bezetter. Fraude of diefstal binnen de eigen gelederen of door ingehuurd personeel (zoals de nachtwaker) werd in deze context gezien als een ernstig misdrijf tegen de algemene voedselvoorziening.
* Maatstaven: De gebruikte eenheid "#" staat hier voor het 'pond' (500 gram), hoewel in officiële stukken uit die tijd vaak al het metrieke stelsel (kg) de norm was, bleef het pond in het spraakgebruik van de handel dominant.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Het rapport beschrijft een incident waarbij bij een zending vis (brasem, snoekbaars en voorn) tot twee keer toe tekorten werden geconstateerd. De eerste keer direct bij aankomst (vergeleken met de vrachtbrief) en de tweede keer de volgende ochtend, nadat de vis een nacht onder toezicht van een nachtwaker op de markt had gestaan.
  • Twijfel aan personeel: De rapporteur uit expliciet zijn twijfels over de nauwkeurigheid of integriteit van zijn collega's De Vries en Sliphorst, die de eerste weging deden zonder zijn toezicht. Hij stelt dat de weging door De Haan en Stegeman de volgende ochtend in zijn bijzijn wel correct was, wat het verdere gewichtsverlies extra verdacht maakt.
  • Interne reactie: De emotionele aantekening in de kantlijn ("Dit lijkt toch op de grootste diefstal!!") wijst erop dat men binnen de dienst het voorval zeer hoog opnam en uitging van opzettelijke ontvreemding. De administratieve afhandeling onderaan toont aan dat er een "nader onderzoek" heeft plaatsgevonden en dat de zaak is besproken met de directeur ("Dir").

Historische Context

  • Oorlogstijd en Schaarste: De datum, januari 1944, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan voedsel en waren alle primaire levensmiddelen, waaronder vis, strikt gerantsoeneerd. Elke kilo die 'verdween' was een verlies voor de officiële voedselvoorziening en eindigde waarschijnlijk op de zwarte markt tegen woekerprijzen.
  • De Inspectie Marktwezen: Deze gemeentelijke dienst had de zware taak om de handel in de stad te controleren. In oorlogstijd betekende dit niet alleen toezien op kwaliteit en gewicht, maar ook op de naleving van de complexe distributieregels van de bezetter. Fraude of diefstal binnen de eigen gelederen of door ingehuurd personeel (zoals de nachtwaker) werd in deze context gezien als een ernstig misdrijf tegen de algemene voedselvoorziening.
  • Maatstaven: De gebruikte eenheid "#" staat hier voor het 'pond' (500 gram), hoewel in officiële stukken uit die tijd vaak al het metrieke stelsel (kg) de norm was, bleef het pond in het spraakgebruik van de handel dominant.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

A. den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.F. Kitz 35221
A.F. Kitz 35221
A.F. Kitz 35221
A. Spanjaard 133.34 ✓
A. v.d. Mekke 233.34
C. de Jong 84040
C. de Jong 84040
C. de Jong 84040
C. de Mooij 100 – ✓
C. Kooy 8457 2
C. Kooy 84572
C. Kooy 84572
C. Kooy 84572
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3