Getypte brief met handgeschreven aantekeningen en handtekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven aantekeningen en handtekeningen. 1 augustus 1944. [Briefhoofd, vaag zichtbaar:]
MARKTHALLEN AMSTERDAM
Amsterdam, 1 Augustus 1944.
Aan den Heer Geneesheer-Directeur
van het Burgerziekenhuis,
Linnaeusstraat 89,
Amsterdam-Centrum. wijk 18.
==========================
No. 46a/19/58aM. SV.
Hiermede bericht ik U, dat in de week van 24 Juli t/m 29 Juli 1944 op de Vischmarkt alhier aan Uw leverancier Muller ten behoeve van Uw inrichting is afgeleverd:
Maandag:
Dinsdag:
Woensdag: 3 pond karper, 6 pond snoek
Donderdag: 11 pond blei
Vrijdag: 10 pond zeelt
Zaterdag: 10 pond zeelt
Voortaan zal U wekelijks een dergelijke opgave worden gezonden. U gelieve mij, indien mogelijk per omgaande, Uw opmerkingen hieromtrent te doen toekomen, ook indien de levering accoord is.
De Directeur,
[Handtekening: J.M. Greve]
Marktw/HK.
19-7-’44/HB.
No. 297.
[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
E M Tuijn
Hoofd v/d Keuken Het document is een officiële administratieve kennisgeving van de Amsterdamse Markthallen aan de directie van het Burgerziekenhuis. In de brief wordt gespecificeerd welke hoeveelheden vis er in de laatste week van juli 1944 zijn geleverd aan de tussenpersoon (leverancier Muller) ten behoeve van de keuken van het ziekenhuis.
Opvallend is het soort vis dat wordt geleverd: karper, snoek, blei en zeelt. Dit zijn allen zoetwatervissen. In de laatste oorlogsjaren was zeevis nagenoeg onverkrijgbaar door de blokkades op de Noordzee en het verbod op de kustvisserij door de bezetter. Men was voor proteïnen aangewezen op de binnenwateren. De hoeveelheden zijn relatief bescheiden (totaal 40 pond voor een heel ziekenhuis over een week), wat de schaarste in die periode onderstreept.
De brief is ondertekend door de directeur van de Markthallen (J.M. Greve) en voor ontvangst/controle geparafeerd door het hoofd van de ziekenhuiskeuken, E.M. Tuijn. De datum, 1 augustus 1944, plaatst dit document in de late fase van de Duitse bezetting van Nederland, slechts een maand voor 'Dolle Dinsdag' en kort voor het begin van de Hongerwinter.
Het Burgerziekenhuis was destijds een belangrijk ziekenhuis in Amsterdam-Oost. Tijdens de oorlog had het te maken met enorme tekorten aan brandstof en voedsel. De administratieve precisie waarmee deze kleine hoeveelheden vis werden vastgelegd, getuigt van het strikte distributiesysteem dat toen van kracht was. Elk pond voedsel moest worden verantwoord. De leverancier 'Muller' trad hierbij op als de erkende tussenpersoon die de goederen fysiek ophaalde bij de centrale markt om ze naar de zorginstelling te brengen.