Handgeschreven brief (verzoekschrift/excuusbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/excuusbrief). 20 oktober 1939. [Links- en bovenaan diverse aantekeningen en stempels:]
Nº 20/123/1
M. 1939
21/10
R’dam 20 Oct ’39
midmorgen [?]
[Brieftekst:]
Mijne Heeren,
Uw kaart ontvangen
hebbende, wegens het niet
bezetten van mijn plaats
geregeld, zou ik U beleefd
willen verzoeken, mij voor
eenige tijd te willen par-
donneeren, daar ik een
rechtszaak en echtscheidings-
zaak aan de hand heb.
Ik heb er met den Heer
Wolf ook reeds over gesproken.
Ik moet er dagelijks
zoo voor loopen, dat ik
[Tekst breekt hier af aan de onderzijde van de pagina] * Inhoud: De afzender reageert op een ontvangen bericht ("kaart") over het onregelmatig bezetten van een toegewezen plaats. De schrijver verzoekt om dispensatie of uitstel ("pardonneeren") vanwege ernstige persoonlijke omstandigheden: een lopende rechtszaak en een echtscheiding. Er wordt verwezen naar een eerdere mondelinge toelichting bij een zekere "Heer Wolf".
* Toon: De brief is opgesteld in een beleefde, ietwat formele stijl ("Mijne Heeren", "beleefd willen verzoeken"), passend bij een verzoek aan een officiële instantie of werkgever.
* Handschrift: Een verzorgd en goed leesbaar cursief handschrift, representatief voor de eerste helft van de 20e eeuw. De afkorting "R’dam" en de spelling "eenige" en "pardonneeren" zijn typerend voor die periode.
* Terminologie: De frase "zoo voor loopen" duidt aan dat de schrijver veel fysieke en administratieve inspanning moet leveren (het 'lopen' langs instanties en advocaten) voor de juridische procedures. * Tijdsgeest: De brief dateert van oktober 1939. Hoewel de Tweede Wereldoorlog in Europa al was uitgebroken, bevond Nederland zich op dat moment nog in de periode van de Mobilisatie en was het land nog neutraal.
* Sociaal-juridisch: Echtscheidingen waren in 1939 juridisch complexer en sociaal gevoeliger dan tegenwoordig. Het feit dat dit als een geldige reden voor verzuim wordt aangevoerd, duidt erop dat de procedures destijds zeer tijdrovend waren.
* Mogelijke context: Gezien de verwijzing naar "het bezetten van mijn plaats" en de administratieve stempels, zou dit een brief aan een marktwezen, een havenautoriteit (gezien Rotterdam) of een vereniging van werklieden kunnen zijn waar de schrijver een vaste standplaats of post had. De "Heer Wolf" fungeerde vermoedelijk als toezichthouder of ambtenaar in deze context. Marktwezen