Brief op briefpapier van de gemeente Amsterdam (Marktwezen).
Origineel
Brief op briefpapier van de gemeente Amsterdam (Marktwezen). 16 mei 1944. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Geneesheer-Directeur van het Burgerziekenhuis, Linnaeusstraat 89, Amsterdam. [Getypt gedeelte]
MARKTWEZEN--AMSTERDAM.
Amsterdam, 16 Mei 1944.
Aan den Heer Geneesheer Directeur
van het Burgerziekenhuis,
Linnaeusstraat 89
No. 46a/19/46M. SV Amsterdam-Oost. wijk 18
==============
Hiermede bericht ik U, dat in de week van 8 Mei t/m 13 Mei op de Vischmarkt alhier aan Uw leverancier Muller ten behoeve van Uw inrichting is afgeleverd:
Maandag:
Dinsdag: 8 pond schol
Woensdag: 10 pond schol
Donderdag: 10 pond schol
Vrijdag: 10 pond schol
Zaterdag: 10 pond schol
Voortaan zal U wekelijks een dergelijke opgave worden gezonden, U gelieve mij, indien mogelijk per omgaande, Uw opmerkingen hieromtrent te doen toekomen ook indien de levering accoord is.
De Directeur,
[Handtekening: Rieb...]
Marktw. HK.
2-5-1944 RP.
No. 259.
[Handgeschreven gedeelte onderaan]
Het geen U mij toegewezen heeft voor 8 Mei t/m 13 Mei was absoluut teveel. Ik kan best volstaan met 12.- kg visch per week
medegedeeld aan E M Tange
W. Stam 25/5/44 [initialen] Hoofd v/d keuken Het document is een formele administratieve mededeling van de Amsterdamse dienst Marktwezen aan de directie van het Burgerziekenhuis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De brief specificeert de hoeveelheden schol (vis) die in de bewuste week zijn geleverd via de leverancier Muller. In totaal werd er 48 pond (ca. 24 kg) schol geleverd.
Opmerkelijk is de handgeschreven reactie onderaan de brief van het 'Hoofd van de keuken', E.M. Tange. Hoewel 1944 een jaar van toenemende schaarste was, geeft de keukenmeester aan dat de geleverde hoeveelheid (ca. 24 kg) "absoluut teveel" was en dat het ziekenhuis kon volstaan met de helft (12 kg per week). Dit kan erop duiden dat vis op dat moment nog relatief beschikbaar was in vergelijking met andere voedingsmiddelen, of dat de opslagcapaciteit of de behoefte van de patiënten beperkt was. In mei 1944 bevond Nederland zich in de laatste fase van de bezetting. Voedseldistributie werd streng gecontroleerd door zowel de bezetter als de gemeentelijke instanties. Instellingen zoals ziekenhuizen hadden specifieke toewijzingen. De vismarkt in Amsterdam bleef gedurende de oorlog een belangrijke bron van eiwitten, al werden de aanvoer en prijzen streng gereguleerd. Het feit dat de keukenmeester een teveel rapporteert, is interessant in het licht van de naderende Hongerwinter, waarin dergelijke hoeveelheden vis ondenkbaar zouden worden. De notitie "medegedeeld aan W. Stam" wijst op de interne administratieve afhandeling binnen het ziekenhuis om de toekomstige bestellingen/toewijzingen aan te passen.