Ambtelijke correspondentie / memorandum.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / memorandum. 3 november 1939 (referentiedatum bovenin: 31 oktober 1939). Onleesbare handtekening (mogelijk een marktmeester of lagere beambte). De Inspecteur van het Marktwezen, "alhier" (vermoedelijk Den Haag, gezien de vormgeving van dergelijke archiefstukken uit die periode). no 28/131/1 m 1939 31/10
Aan den Inspecteur
v.h. Marktwezen
alhier.
De bedoeling van deze hartelijk groetende
en dienstvaardigste dienaar is, dat voor-
loopig zijn marktplaats was ingetrokken,
en na afloop zijner werkzaamheden hij
weer op nieuw in het genot van zijne
marktplaats gesteld mag worden.
Daar er tot nu toe altijd visch-
plaatsen disponibel zijn geweest, kan ik
haast wel zeggen, dat zoo hij weer op de
markt komt, hij weer een marktplaats kan
krijgen.
3-11-1939. [Handtekening] * Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, ietwat archaïsch Nederlands ("den Inspecteur", "zijner werkzaamheden"). Opvallend is de nederige zelfverwijzing van de schrijver als "deze hartelijk groetende en dienstvaardigste dienaar", een beleefdheidsvorm die in 1939 nog incidenteel in ambtelijke correspondentie voorkwam.
* Inhoud: De schrijver pleit voor een marktkoopman (wiens naam niet wordt genoemd in dit specifieke fragment, maar waarschijnlijk bekend was uit de context van het dossier). De marktplaats van deze persoon was "voorloopig" ingetrokken, vermoedelijk omdat hij tijdelijk andere werkzaamheden had (mogelijk mobilisatie, gezien de datum eind 1939). De schrijver geeft aan dat er voldoende "vischplaatsen" (viskramen/standplaatsen voor vis) beschikbaar zijn, waardoor herplaatsing geen probleem zou moeten vormen.
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, hellend currens uit het midden van de 20e eeuw. Het is goed leesbaar, met de kenmerkende lange uithalen bij de letters 'g' en 'j'. Dit document stamt uit november 1939, de periode van de "Schemeroorlog" (Phoney War). Nederland was gemobiliseerd, wat vaak leidde tot tijdelijke verschuivingen in het personeelsbestand van markten en bedrijven omdat mannen onder de wapenen werden geroepen. De administratie van het Marktwezen hield nauwgezet bij wie recht had op welke standplaats. Het feit dat er specifiek over "vischplaatsen" wordt gesproken, duidt erop dat het hier om de visafdeling van een gemeentelijke markt gaat. Dergelijke verzoeken waren essentieel voor marktkooplieden om hun broodwinning veilig te stellen voor het moment dat zij hun normale werkzaamheden weer konden hervatten.