Handgeschreven administratieve notitie op een stuk karton of stevig papier.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie op een stuk karton of stevig papier. Geleiders auto's
Cornelis v. Lanten
geb. 22/2 1896 - te H'meer
N. Holland
v. Hogendorpstr. 223^I
v/ persoon-
bewijs A 35 - 576251.
Theodorus Otto
geb 12/4 1905 te A'dam
Wagenaarstr. 34^III
v/ persoon-
bewijs A 35 - 373560
chauffeurs vrachtauto's
W. Laan - A 35 - 304531
H. Blok - A 35 - 055814
W. Bol - A 35 - 063602 Het document fungeert als een register van logistiek personeel. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee groepen:
1. Geleiders: Cornelis van Lanten en Theodorus Otto worden met uitgebreide details vermeld (geboortedatum, plaats en woonadres in Amsterdam).
2. Chauffeurs vrachtauto's: W. Laan, H. Blok en W. Bol worden enkel met hun naam en identificatienummer vermeld.
De code "A 35" die voorafgaat aan de nummers duidt op de regio van uitgifte van het Persoonsbewijs (PB). In de administratie van de bezettingstijd stond de 'A' vaak voor Amsterdam. De adressen (Van Hogendorpstraat in West en Wagenaarstraat in Oost) bevestigen dat het hier om Amsterdammers gaat. De superscripten (I en III) bij de huisnummers duiden op de verdiepingen van de woningen. Dergelijke handgeschreven lijstjes met persoonsbewijsnummers en beroepen (zoals chauffeurs) zijn kenmerkend voor de administratie van verzetsgroepen of illegale distributienetwerken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Betrouwbaar transport was cruciaal voor het vervoer van illegale kranten, voedselbonnen, wapens of onderduikers.
Het feit dat men de nummers van de persoonsbewijzen noteerde, was essentieel voor de veiligheid: zo kon men bij een arrestatie of controle verifiëren of de gegevens die een medewerker opgaf overeenkwamen met de bekende administratie, of kon men bij verlies van contact de identiteit van medewerkers vaststellen. De functies 'geleider' en 'chauffeur' waren sleutelrollen in de logistieke keten van het verzet. H. Blok N. Holland W. Bol W. Laan
Samenvatting
Het document fungeert als een register van logistiek personeel. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee groepen:
1. Geleiders: Cornelis van Lanten en Theodorus Otto worden met uitgebreide details vermeld (geboortedatum, plaats en woonadres in Amsterdam).
2. Chauffeurs vrachtauto's: W. Laan, H. Blok en W. Bol worden enkel met hun naam en identificatienummer vermeld.
De code "A 35" die voorafgaat aan de nummers duidt op de regio van uitgifte van het Persoonsbewijs (PB). In de administratie van de bezettingstijd stond de 'A' vaak voor Amsterdam. De adressen (Van Hogendorpstraat in West en Wagenaarstraat in Oost) bevestigen dat het hier om Amsterdammers gaat. De superscripten (I en III) bij de huisnummers duiden op de verdiepingen van de woningen.
Historische Context
Dergelijke handgeschreven lijstjes met persoonsbewijsnummers en beroepen (zoals chauffeurs) zijn kenmerkend voor de administratie van verzetsgroepen of illegale distributienetwerken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Betrouwbaar transport was cruciaal voor het vervoer van illegale kranten, voedselbonnen, wapens of onderduikers.
Het feit dat men de nummers van de persoonsbewijzen noteerde, was essentieel voor de veiligheid: zo kon men bij een arrestatie of controle verifiëren of de gegevens die een medewerker opgaf overeenkwamen met de bekende administratie, of kon men bij verlies van contact de identiteit van medewerkers vaststellen. De functies 'geleider' en 'chauffeur' waren sleutelrollen in de logistieke keten van het verzet.