Ambtelijke brief (doorslag/kopie).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag/kopie). 9 maart 1944. Vermoedelijk een Amsterdamse gemeenteambtenaar of marktmeester (gezien de verwijzing naar "te dezer stede" en de Weesperstraat). Initialen: vD/SV. [Handgeschreven paraaf in blauw/paars potlood bovenaan]
46b/2/4M. [tab] 9 Maart 1944. [tab] vD/SV.
[tab] Den Heer Directeur van het
[tab] Bedrijfschap voor Visscherij
[tab] producten,
[tab] 2e Adelheidstraat 300,
[tab] 's-G r a v e n h a g e.
[tab] ========================
[tab] Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8
Februari jl. no. 3347/V/vdVe bericht ik U,
dat de fa.G.Wijnschenk, winkel Weesperstraat
107 aanvankelijk op de verdeellijst te dezer
stede voorkwam uitsluitend voor een dubbele
toewijzing zoetwatervisch (Joodsche zaak
waar alleen zoetwatervisch werd verkocht).
[tab] In Mei 1942 werden in opdracht van
de Duitsche Autoriteiten alle Joodsche han-
delaren van de Vischmarkt verwijderd en
werden hun namen van de verdeellijsten ge-
schrapt. De grootere Joodsche zaken zijn
toen overgenomen door de Imex, terwijl de
kleinere zijn opgeheven. De toewijzingen
vervielen en kwamen ten gunste van de over-
blijvende kleinhandelaren.
[tab] Het komt mij wel zeer ongewenscht
voor, om thans, na 2 jaren, een dergelijke
vervallen toewijzing weer effectief te ma-
ken en deze te geven aan een persoon, die
te Amsterdam in den kleinhandel geheel on-
bekend is. De consequenties van dezen maat-
regel zouden niet te overzien zijn en liggen
in tegenover gestelde richting van de ont-
wikkeling, welke de bedrijfschap bevordert
ten aanzien van de voorwaarden op grond waar-
van men als zelfstandiger in den vischhan-
del kan optreden. Dit document is een ambtelijke correspondentie uit de bezettingstijd (maart 1944). De kern van de brief is een bezwaar tegen het opnieuw toekennen van een visquotum dat voorheen toebehoorde aan een Joodse firma (fa. G. Wijnschenk).
Belangrijke elementen:
1. Arisering: De brief beschrijft expliciet het proces waarbij Joodse handelaren in mei 1942 gedwongen werden verwijderd ("verwijderd" en "geschrapt") van de markten en verdeellijsten op bevel van de Duitse bezetter.
2. Imex: Er wordt melding gemaakt van de 'Imex' (Import- und Export-GmbH), een organisatie die door de bezetter werd ingezet om Joodse vermogens en bedrijven te liquideren of over te nemen.
3. Bureaucratische weerstand: De schrijver protesteert niet tegen de onteigening van de Joodse eigenaren zelf, maar tegen de administratieve onlogica om twee jaar later dat specifieke quotum toe te wijzen aan een "onbekend" persoon, wat de marktverhoudingen zou verstoren. De locatie van de genoemde zaak, Weesperstraat 107, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De familie Wijnschenk was een bekende naam in de Amsterdamse viswereld (met name gespecialiseerd in koosjere zoetwatervis zoals snoek en karper).
In mei 1942 intensiveerden de nazi's de economische uitsluiting van Joden. Joodse marktkooplieden mochten niet meer op openbare markten staan. Hun vergunningen en toewijzingen (quota voor schaarse goederen zoals vis) werden ingenomen. Deze brief illustreert de kille, bureaucratische afhandeling van de nasleep van deze diefstal. Terwijl de oorspronkelijke eigenaren in 1944 in veel gevallen al gedeporteerd of vermoord waren, maakten instanties ruzie over wie de vrijgekomen handelsrechten mocht exploiteren.