Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 16
Dossier 44
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / briefkaart.

7 maart 1944. Van: Waarschijnlijk een functionaris van de Bedrijfstak Visscherijproducten.

Origineel

Ambtelijke correspondentie / briefkaart. 7 maart 1944. Waarschijnlijk een functionaris van de Bedrijfstak Visscherijproducten. [Rechtsboven:] A’dam, 7/3 1944
[Midden boven:] Bedrijfstak
Visscherijproducten
[Links boven, rood:] 466/2/1

Naar aanleiding van
Uw brief dd. 8 Febr. jl. no/ 3347/01
w.v. bericht ik U, dat v.v.
G. Wijnschenk, winkel Wees-
perstraat 107 aanvankelijk op
de verdeellijst te dezer stede
voorkwam ~~uitsluitend~~ voor een dubbele
toewijzing zoetwatervisch.
(Joodsche zaak; waar alleen zoet-
watervisch werd verkocht.)
In Mei 1942 werden in
opdracht van de B. d. S. alle Joodsche
handelaren van de Vischmarkt
verwijderd en werden
hun namen van de verdeel-
lijsten geschrapt. De grootere
J. zaken zijn toen overgenomen
door de Treu., terwijl de
kleinere ~~zaken~~ zijn
opgeheven. De toewijzing-
en vervielen en kwamen Dit document is een kil, bureaucratisch verslag van de economische uitsluiting van Joodse Amsterdammers tijdens de Duitse bezetting. De kernpunten zijn:

  1. Individueel geval: De brief betreft G. Wijnschenk (Gerson Wijnschenk), die een viswinkel dreef in de Weesperstraat 107, het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.
  2. Systematische uitsluiting: Het document bevestigt dat in mei 1942 alle Joodse handelaren op last van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD (B. d. S.) van de Vismarkt werden verwijderd.
  3. Economische 'Arisering': De schrijver legt uit dat grotere Joodse zaken werden overgedragen aan een Treuhänder (Duitse beheerder), terwijl kleinere zaken simpelweg werden opgeheven ("opgeheven"). In beide gevallen verloren de oorspronkelijke Joodse eigenaren hun bezit en inkomsten.
  4. Logistiek: De toewijzingen van producten (zoetwatervis) werden stopgezet zodra de namen van de verdeellijsten waren geschrapt. De brief illustreert de zogenaamde 'Arisering' van de Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1940 voerden de nazi's verordeningen in om Joods bezit te registreren en vervolgens te onteigenen.

De Weesperstraat, waar Wijnschenk gevestigd was, werd door de bezetter aangewezen als onderdeel van het 'Judenviertel'. De verwijdering van handelaren van de openbare markt in 1942 was een directe stap in het proces van isolatie dat voorafging aan de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen. Gerson Wijnschenk en zijn familie werden inderdaad slachtoffer van de Holocaust; uit historische bronnen blijkt dat hij in 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document legt de bureaucratische handelingen vast die aan die fysieke vernietiging voorafgingen: het administratief wissen van een bestaan.

Samenvatting

Dit document is een kil, bureaucratisch verslag van de economische uitsluiting van Joodse Amsterdammers tijdens de Duitse bezetting. De kernpunten zijn:

  1. Individueel geval: De brief betreft G. Wijnschenk (Gerson Wijnschenk), die een viswinkel dreef in de Weesperstraat 107, het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.
  2. Systematische uitsluiting: Het document bevestigt dat in mei 1942 alle Joodse handelaren op last van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD (B. d. S.) van de Vismarkt werden verwijderd.
  3. Economische 'Arisering': De schrijver legt uit dat grotere Joodse zaken werden overgedragen aan een Treuhänder (Duitse beheerder), terwijl kleinere zaken simpelweg werden opgeheven ("opgeheven"). In beide gevallen verloren de oorspronkelijke Joodse eigenaren hun bezit en inkomsten.
  4. Logistiek: De toewijzingen van producten (zoetwatervis) werden stopgezet zodra de namen van de verdeellijsten waren geschrapt.

Historische Context

De brief illustreert de zogenaamde 'Arisering' van de Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1940 voerden de nazi's verordeningen in om Joods bezit te registreren en vervolgens te onteigenen.

De Weesperstraat, waar Wijnschenk gevestigd was, werd door de bezetter aangewezen als onderdeel van het 'Judenviertel'. De verwijdering van handelaren van de openbare markt in 1942 was een directe stap in het proces van isolatie dat voorafging aan de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen. Gerson Wijnschenk en zijn familie werden inderdaad slachtoffer van de Holocaust; uit historische bronnen blijkt dat hij in 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document legt de bureaucratische handelingen vast die aan die fysieke vernietiging voorafgingen: het administratief wissen van een bestaan.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6