Handgeschreven nota of getuigenverklaring op een stuk dun karton/grijs papier.
Origineel
Handgeschreven nota of getuigenverklaring op een stuk dun karton/grijs papier. 6 maart 1944 en 14 maart 1944. Mej. de Wed. Sterkenburg
kan, wanneer haar de toewij-
zing wordt gegeven, deze
toewijzing, zelf op de
markt verkoopen!
Heeft altijd samen met
haar echtgenoot de handel
verzorgd. Rooken en ver-
koopen in winkel.
Ook de laatste jrn
toen daar levensmiddel
te rooken werd
-afgeleverd, werd deze door
de wed Sterkenburg van
de Alb. Cuypstraat verkocht.
6.3.44
Diktar:
Mijn adres
Goudsbloemstraat
4 II
Even afwachten
(verticaal:) beslissing a.d. (W.)
Weth.
v Rooyen [handtekening]
14-3-44
L Het document is een aanbeveling of getuigenis ten behoeve van een weduwe, mevrouw Sterkenburg, die een 'toewijzing' probeert te verkrijgen. In de context van die tijd verwijst een toewijzing waarschijnlijk naar een officiële vergunning of een quotum aan goederen om op de markt te mogen verkopen. De schrijver benadrukt haar vakkundigheid door te wijzen op haar jarenlange ervaring in de handel samen met haar overleden echtgenoot, specifiek in het roken en verkopen van producten (mogelijk vis of vlees) in een winkel en op de Albert Cuypmarkt.
Onderaan staan persoonlijke gegevens van de afzender (Goudsbloemstraat 4-II, Amsterdam) en een administratieve aantekening van enkele dagen later (14 maart), waarin wordt aangegeven dat men de beslissing van de wethouder ("Weth.") moet afwachten. Het document dateert van maart 1944, de late oorlogsjaren tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel strikt gereguleerd door middel van vergunningen en distributiestelsels vanwege de heersende schaarste. Mensen die hun brood op de markt wilden verdienen, hadden officiële documenten nodig om aan te tonen dat zij gerechtigd waren goederen te verhandelen. De Albert Cuypstraat was (en is) een van de belangrijkste marktlocaties in Amsterdam, terwijl de Goudsbloemstraat in de Jordaan ligt. Dit document illustreert de bureaucratische hindernissen en de informele netwerken (het schrijven van aanbevelingen) die burgers in oorlogstijd gebruikten om in hun levensonderhoud te voorzien.