Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 20 oktober 1943. A.J. van Rijsbergen, Vondellaan 51, Driehuis (N-H). Nederlandsche Visscherijcentrale, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. A F S C H R I F T .
A.J. van Rijsbergen Telefoon 5720.
Vondellaan 51,
DRIEHUIS (N-H). 20 October 1943.
Nederlandsche Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-GRAVENHAGE.-
----------------
Mijne Heeren,
Ik ontving heden een erkenningskaart, dat de Fa. J. Savelberg, Amsterdam, onder № 9340 ingedeeld werd in de groep kleinhandelaren in visch. Inderdaad heeft de Heer J. Savelberg mij zijn zaak voor den duur van den oorlog overgedaan, doch mocht het mij tot op heden niet gelukken de toewijzing waarop deze zaak op de Amsterdamsche afslag recht heeft, te bekomen.
Aangenaam zou het mij zijn, indien U het bestuur van de Amsterdamsche afslag er op zoudt willen wijzen, dat deze toewijzing mij toekomt, en dus regelmatig te mijner beschikking gesteld of ter beschikking van mijn personeel moet worden gesteld.
Gaarne verneem ik omgaand van U welke stappen U in deze ondernomen heeft en teeken inmiddels
Hoogachtend,
A.J. van Rijsbergen
w.g. onleesbaar.
Voor eensluidend afschrift
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening: *Haukmann* (?)] In deze brief beklaagt de heer A.J. van Rijsbergen zich bij de Nederlandsche Visscherijcentrale over bureaucratische problemen bij de Amsterdamse visafslag. Hij heeft de zaak van de Firma J. Savelberg overgenomen "voor de duur van de oorlog", een constructie die in die tijd vaker voorkwam om de continuïteit van een bedrijf te waarborgen. Hoewel hij officieel erkend is als kleinhandelaar (onder nummer 9340), krijgt hij de bijbehorende vis-toewijzingen (quota) op de afslag nog niet op zijn naam. Hij verzoekt de Centrale om te interveniëren bij het bestuur van de Amsterdamse afslag zodat de visleveringen aan hem of zijn personeel worden hervat.
De brief is een formeel afschrift, wat blijkt uit de koptekst en de vermelding "w.g. onleesbaar" (waarbij 'w.g.' staat voor 'was getekend'), wat aangeeft dat de originele handtekening op de bronbrief voor de kopiist niet duidelijk was. De brief dateert uit de Tweede Wereldoorlog (oktober 1943). Tijdens de bezetting was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, streng gereguleerd en gecentraliseerd door de bezetter en de daaraan ondergeschikte Nederlandse organen zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC).
De NVC had de taak om de distributie en prijsvorming van vis te beheersen. Handelaren moesten over de juiste papieren en "toewijzingen" beschikken om überhaupt handel te kunnen drijven op de afslagen. De overdracht van de zaak van Savelberg naar Van Rijsbergen "voor den duur van den oorlog" kan duiden op diverse omstandigheden, zoals mobilisatie, gevangenschap of het feit dat de oorspronkelijke eigenaar moest onderduiken, hoewel de exacte reden uit deze tekst niet direct blijkt. Het document illustreert de strikte administratieve controle op de voedselvoorziening in oorlogstijd.