Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 127
Dossier 106
Jaar 1944
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk rapport of brief (fragment, pagina 2).

Origineel

Handgeschreven ambtelijk rapport of brief (fragment, pagina 2). (Pagina 2)

De zaak van Savelberg was
reeds geruimen tijd vóór de
concentratie gesloten en
Savelberg ontving sedert
maanden geen toewij-
zing meer op den afslag.
Indien derhalve de
weg, welke de "Treuh." wil
opgaan, ook door de gemeente
zou worden gevolgd, zou dit
theoretisch kunnen gaan
betekenen, dat één onder-
neming alle vischzaken
te A'dam onder haar beheer
zou kunnen brengen.
Het gem. bestuur heeft
zich met dit standpunt ver-
eenigd en eenige maanden
geleden de "Treuh." doen be-
richten, dat het vestigen van
een vischconcern te dezer
stede ongewenscht wordt
geacht en dat de overneming
zich dient te beperken tot
de 7 Joodsche winkels.

A.B.M. [?] De tekst is een ambtelijk verslag over de herstructurering van de Amsterdamse vishandel tijdens de Duitse bezetting. Enkele belangrijke elementen in de tekst:

  • Savelberg: Er wordt gerefereerd aan een specifieke zaak die al voor de formele maatregelen was gestopt omdat deze geen toegang meer kreeg tot de visafslag (mogelijk door uitsluiting of schaarste).
  • De "Treuh.": Dit is een afkorting voor de Treuhandstelle (of de Wirtschaftsprüfstelle), de instantie die door de bezetter was aangesteld om Joodse bedrijven te beheren, te liquideren of te 'ariseren' (over te dragen aan niet-Joodse eigenaren).
  • Monopolievorming: De schrijver waarschuwt dat het beleid van de Treuhand ertoe zou kunnen leiden dat één enkele onderneming alle viszaken in Amsterdam in handen krijgt.
  • Rol van de gemeente: Het gemeentebestuur heeft officieel laten weten dat zij de vorming van zo'n groot "vischconcern" ongewenst vinden. Zij pleiten ervoor de overname strikt te beperken tot de zeven aangewezen Joodse winkels, in plaats van een bredere expansie in de sector toe te staan. Dit document biedt een blik op de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging op economisch vlak in Amsterdam. Vanaf 1941 werden Joodse winkeliers systematisch uit hun zaken gedreven. De 'concentratie' waarover gesproken wordt, hield in dat veel kleine (Joodse) zaken werden gesloten, terwijl de resterende zaken onder beheer van een door de Duitsers goedgekeurde Treuhänder kwamen.

Interessant is de lichte wrijving tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en de nationaalsocialistische instanties: terwijl de gemeente meewerkt aan de uitsluiting van Joodse ondernemers, probeert zij tegelijkertijd te voorkomen dat de lokale markt volledig ontwricht raakt door de vorming van enorme monopolies die de vrije handel van andere (niet-Joodse) Amsterdamse visboeren zouden kunnen bedreigen. De "7 Joodsche winkels" die genoemd worden, waren waarschijnlijk de zaken die tijdelijk mochten blijven bestaan om de Joodse bevolking (die inmiddels aan strikte beperkingen was onderworpen) van voedsel te voorzien.

Samenvatting

De tekst is een ambtelijk verslag over de herstructurering van de Amsterdamse vishandel tijdens de Duitse bezetting. Enkele belangrijke elementen in de tekst:

  • Savelberg: Er wordt gerefereerd aan een specifieke zaak die al voor de formele maatregelen was gestopt omdat deze geen toegang meer kreeg tot de visafslag (mogelijk door uitsluiting of schaarste).
  • De "Treuh.": Dit is een afkorting voor de Treuhandstelle (of de Wirtschaftsprüfstelle), de instantie die door de bezetter was aangesteld om Joodse bedrijven te beheren, te liquideren of te 'ariseren' (over te dragen aan niet-Joodse eigenaren).
  • Monopolievorming: De schrijver waarschuwt dat het beleid van de Treuhand ertoe zou kunnen leiden dat één enkele onderneming alle viszaken in Amsterdam in handen krijgt.
  • Rol van de gemeente: Het gemeentebestuur heeft officieel laten weten dat zij de vorming van zo'n groot "vischconcern" ongewenst vinden. Zij pleiten ervoor de overname strikt te beperken tot de zeven aangewezen Joodse winkels, in plaats van een bredere expansie in de sector toe te staan.

Historische Context

Dit document biedt een blik op de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging op economisch vlak in Amsterdam. Vanaf 1941 werden Joodse winkeliers systematisch uit hun zaken gedreven. De 'concentratie' waarover gesproken wordt, hield in dat veel kleine (Joodse) zaken werden gesloten, terwijl de resterende zaken onder beheer van een door de Duitsers goedgekeurde Treuhänder kwamen.

Interessant is de lichte wrijving tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en de nationaalsocialistische instanties: terwijl de gemeente meewerkt aan de uitsluiting van Joodse ondernemers, probeert zij tegelijkertijd te voorkomen dat de lokale markt volledig ontwricht raakt door de vorming van enorme monopolies die de vrije handel van andere (niet-Joodse) Amsterdamse visboeren zouden kunnen bedreigen. De "7 Joodsche winkels" die genoemd worden, waren waarschijnlijk de zaken die tijdelijk mochten blijven bestaan om de Joodse bevolking (die inmiddels aan strikte beperkingen was onderworpen) van voedsel te voorzien.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6