Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 130
Dossier 55
Jaar 1944
Stadsarchief

Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.

26 mei 1943. Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. Aan: Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.

Origineel

Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. 26 mei 1943. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal

Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.

Telefoon 43130, 43321

Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden

Afd. L.M. No. 375 -1943-
Bijlagen: —
Uw brief: [niet ingevuld]
Datum: 26 Mei 1943.
Onderwerp: Imex.

Naar aanleiding van Uw schrijven van 18 Mei j.l., No. 46 b/16/13 M, waarbij U in afschrift het aan U gericht verzoek van de "Imex" te IJmuiden voegde inzake het overnemen van de vischtoewijzing en zaak van J. Savelberg alhier, deel ik U mede, dat ik het vestigen van een vischconcern alhier ongewenscht acht. De "Imex" dient zich te beperken tot de 7 Joodsche winkels. De bewering van de "Imex" dat de vischtoewijzing aan een bepaalde wijk zou zijn gebonden, is onjuist.

* U kunt de "Imex" in dezen zin inlichten.

VM / μ

De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,

[Handtekening]

Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
20826 10-42-5000 Dit document is een ambtelijke afwijzing betreffende de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van de firma "Imex" uit IJmuiden in Amsterdam. Imex wilde de visvergunning (vischtoewijzing) en de zaak van een zekere J. Savelberg overnemen.

De wethouder wijst dit verzoek resoluut af met twee argumenten:
1. Economisch/Bestuurlijk: Hij acht de vorming van een groot "vischconcern" in de stad ongewenst.
2. Segregatie: De kern van de instructie is dat Imex zich strikt moet beperken tot de "7 Joodsche winkels". Hiermee wordt de economische afzondering van de Joodse bevolking tijdens de bezetting bevestigd.

De toon is kortaf en autoritair, kenmerkend voor de bestuurlijke stijl tijdens de bezettingsjaren. De handtekening is waarschijnlijk van Edward Voûte (regeringscommissaris/burgemeester die vaak ook de functies van wethouders waarnam) of een door de bezetter aangestelde wethouder. De brief dateert uit mei 1943, een cruciale en duistere periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op dat moment was de Jodenvervolging in volle gang; de grote razzia's in Amsterdam vonden in de zomer van 1943 plaats.

De "Imex" (Import-Export) was een bedrijf dat een rol speelde in de visvoorziening. Dat er specifiek gesproken wordt over "7 Joodsche winkels" duidt op de verplichte segregatie: Joodse Amsterdammers mochten hun levensmiddelen alleen nog kopen in speciaal daarvoor aangewezen winkels. Door de "Imex" te beperken tot deze winkels, hield het stadsbestuur toezicht op de strikte scheiding tussen de 'Arische' en de Joodse economie en voedselvoorziening. Het document is daarmee een direct bewijs van de bureaucratische medewerking aan de uitsluiting van de Joodse gemeenschap.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke afwijzing betreffende de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van de firma "Imex" uit IJmuiden in Amsterdam. Imex wilde de visvergunning (vischtoewijzing) en de zaak van een zekere J. Savelberg overnemen.

De wethouder wijst dit verzoek resoluut af met twee argumenten:
1. Economisch/Bestuurlijk: Hij acht de vorming van een groot "vischconcern" in de stad ongewenst.
2. Segregatie: De kern van de instructie is dat Imex zich strikt moet beperken tot de "7 Joodsche winkels". Hiermee wordt de economische afzondering van de Joodse bevolking tijdens de bezetting bevestigd.

De toon is kortaf en autoritair, kenmerkend voor de bestuurlijke stijl tijdens de bezettingsjaren. De handtekening is waarschijnlijk van Edward Voûte (regeringscommissaris/burgemeester die vaak ook de functies van wethouders waarnam) of een door de bezetter aangestelde wethouder.

Historische Context

De brief dateert uit mei 1943, een cruciale en duistere periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op dat moment was de Jodenvervolging in volle gang; de grote razzia's in Amsterdam vonden in de zomer van 1943 plaats.

De "Imex" (Import-Export) was een bedrijf dat een rol speelde in de visvoorziening. Dat er specifiek gesproken wordt over "7 Joodsche winkels" duidt op de verplichte segregatie: Joodse Amsterdammers mochten hun levensmiddelen alleen nog kopen in speciaal daarvoor aangewezen winkels. Door de "Imex" te beperken tot deze winkels, hield het stadsbestuur toezicht op de strikte scheiding tussen de 'Arische' en de Joodse economie en voedselvoorziening. Het document is daarmee een direct bewijs van de bureaucratische medewerking aan de uitsluiting van de Joodse gemeenschap.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6