Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 131
Dossier 90
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).

18 mei 1943 (met handgeschreven aantekening "verzonden 19/5"). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visctmarkt of een aanverwante Amsterdamse dienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 18 mei 1943 (met handgeschreven aantekening "verzonden 19/5"). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visctmarkt of een aanverwante Amsterdamse dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven in blauw krijt/stift bovenaan:] verzonden 19/5

[Rechtsboven:] VD/HB.

46b/16/13 M.
1.
Vischverdeeling.

18 Mei 1943.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
===========

In bijlage dezes heb ik de eer U in afschrift een nieuw verzoek te doen toekomen van de "Imex" te Ymuiden in zake het overnemen van de zaak van den kleinhandelaar J.Savelberg, Utrechtschestraat 73. Savelberg is geen jood en deze aangelegenheid heeft dus verder niets uitstaande met het verzoek van de Wirtschaftsprüfstelle ten aanzien van het concentreeren van 7 Joodsche kleinhandelszaken, in beheer bij de Imex.

Het verzoek kan naar mijn meening niet worden ingewilligd. De zaak van Savelberg was reeds geruimen tijd geleden gesloten en Savelberg ontvangt dan ook sedert maanden geen toewijzing meer op den afslag. De bewering van de Imex, dat de vischtoewijzing aan een bepaalde wijk is gebonden, is onjuist. Deze toewijzing is in de eerste plaats gebonden aan den persoon.

De heer Frans Schouten is in den vischhandel te Amsterdam geheel onbekend.

Indien den weg, welke de Imex thans wil opgaan, ook door de Gemeente zou worden gevolgd, zou dit theoretisch kunnen gaan beteekenen, dat één onderneming alle vischzaken te Amsterdam onder haar beheer zou kunnen brengen.

Gaarne zal ik vernemen, welke beslissing U ten aanzien van dit verzoek wenscht te nemen.

De Directeur, In deze brief adviseert de directeur van een niet nader genoemde Amsterdamse gemeentelijke dienst (waarschijnlijk belast met de vismarkt of voedselvoorziening) de Wethouder voor de Levensmiddelen om niet in te gaan op een verzoek van de firma "Imex" uit IJmuiden.

De kernpunten van het document zijn:
1. Exploitatie van de oorlogssituatie: De firma Imex, die al het beheer voert over zeven "geconcentreerde" (geconfisqueerde) Joodse zaken, probeert nu ook een niet-Joodse zaak (van J. Savelberg) over te nemen.
2. Technisch argument: De directeur weerlegt de claim van Imex dat visquota wijkgebonden zijn. Hij stelt dat toewijzingen persoonsgebonden zijn; aangezien Savelberg al maanden gestopt is, is er geen recht op toewijzing meer dat Imex kan overnemen.
3. Vrees voor monopolievorming: De directeur waarschuwt voor een precedent waarbij één grote speler (Imex) de gehele Amsterdamse visdetailhandel in handen krijgt.
4. Onbekende tussenpersoon: Een zekere Frans Schouten wordt genoemd als een voor de Amsterdamse markt onbekend figuur, wat de argwaan tegenover de plannen van Imex vergroot. Dit document is geschreven in mei 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie strak reguleerde. De vermelding van de Wirtschaftsprüfstelle is hierbij cruciaal. Dit was een Duitse instantie die toezicht hield op het bedrijfsleven en nauw betrokken was bij de "Arisering": het onteigenen van Joodse bedrijven en het aanstellen van Verwalters (bewindvoerders).

De firma "Imex" lijkt in dit proces te fungeren als een partij die profiteert van de liquidatie van Joodse zaken. Uit de brief blijkt een zekere ambtelijke weerstand tegen de expansiedrift van dit soort bedrijven. Hoewel de toon strikt zakelijk en bureaucratisch is, probeert de directeur de wethouder te behoeden voor een besluit dat de lokale marktstructuur zou vernietigen ten gunste van een externe partij die de oorlogssituatie gebruikt om macht te concentreren. Het expliciet noemen dat Savelberg "geen jood" is, dient om aan te tonen dat de Wirtschaftsprüfstelle hier formeel geen zeggenschap over hoort te hebben.

Samenvatting

In deze brief adviseert de directeur van een niet nader genoemde Amsterdamse gemeentelijke dienst (waarschijnlijk belast met de vismarkt of voedselvoorziening) de Wethouder voor de Levensmiddelen om niet in te gaan op een verzoek van de firma "Imex" uit IJmuiden.

De kernpunten van het document zijn:
1. Exploitatie van de oorlogssituatie: De firma Imex, die al het beheer voert over zeven "geconcentreerde" (geconfisqueerde) Joodse zaken, probeert nu ook een niet-Joodse zaak (van J. Savelberg) over te nemen.
2. Technisch argument: De directeur weerlegt de claim van Imex dat visquota wijkgebonden zijn. Hij stelt dat toewijzingen persoonsgebonden zijn; aangezien Savelberg al maanden gestopt is, is er geen recht op toewijzing meer dat Imex kan overnemen.
3. Vrees voor monopolievorming: De directeur waarschuwt voor een precedent waarbij één grote speler (Imex) de gehele Amsterdamse visdetailhandel in handen krijgt.
4. Onbekende tussenpersoon: Een zekere Frans Schouten wordt genoemd als een voor de Amsterdamse markt onbekend figuur, wat de argwaan tegenover de plannen van Imex vergroot.

Historische Context

Dit document is geschreven in mei 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie strak reguleerde. De vermelding van de Wirtschaftsprüfstelle is hierbij cruciaal. Dit was een Duitse instantie die toezicht hield op het bedrijfsleven en nauw betrokken was bij de "Arisering": het onteigenen van Joodse bedrijven en het aanstellen van Verwalters (bewindvoerders).

De firma "Imex" lijkt in dit proces te fungeren als een partij die profiteert van de liquidatie van Joodse zaken. Uit de brief blijkt een zekere ambtelijke weerstand tegen de expansiedrift van dit soort bedrijven. Hoewel de toon strikt zakelijk en bureaucratisch is, probeert de directeur de wethouder te behoeden voor een besluit dat de lokale marktstructuur zou vernietigen ten gunste van een externe partij die de oorlogssituatie gebruikt om macht te concentreren. Het expliciet noemen dat Savelberg "geen jood" is, dient om aan te tonen dat de Wirtschaftsprüfstelle hier formeel geen zeggenschap over hoort te hebben.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6