Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag). 13 augustus 1943. Waarnemend Directeur (organisatie niet expliciet in de briefkop, maar waarschijnlijk een rijksbureau gerelateerd aan voedselvoorziening of economische zaken). De Heer Directeur der Nederlandsche Visscherij Centrale, 's-Gravenhage. [Linksboven, handgeschreven:]
4615
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Gez. [?] 14/8 VD/SV
[Getypte tekst:]
46b/237/2 M.
13 Augustus 1943.
den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij
Centrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e.
Onder terugzending van het met Uw apostille om
advies ontvangen stuk d.d. 2 Augustus jl. no. 14120/281
30303
bericht ik U, dat de toewijzing van 7 Joodsche vischzaken
in Amsterdam, Verwalter "Imex", Ymuiden, in opdracht van de
Duitsche Autoriteiten zijn geconcentreerd op 2 zaken van
de Imex namelijk die van Drukker op het Amsteldveld en Van
Savelberg in de Utrechtschestraat. Naar mijn meening be-
hooren de klanten van de gesloten zaken te worden bediend
door de 2 zaken, welke geopend zijn gebleven. Ik acht het
ongewenscht, dat de door de Imex gesloten Joodsche zaak
van S.Locher, Ruyschdaelstraat wordt heropend door den
heer Van Wijk (oud filiaalhouder van de Imex) aangezien
dan aan Van Wijk een toewijzing visch zou moeten worden ge-
geven, waardoor het aantal vischkooplieden weer met één
zou worden vermeerderd; Van Wijk is trouwens als vischhande-
laar in de basisjaren op de Vischmarkt geheel onbekend,
zoodat de Commissie van de Vischverdeeling er stellig be-
zwaar tegen zou hebben, om hem op de Verdeellijsten te
plaatsen.
De Directeur,
wnd. Deze brief illustreert de bureaucratische afhandeling van de "arisering" van Joodse bedrijven in Amsterdam tijdens de bezetting. De kernpunten zijn:
- Liquidatie en Concentratie: Zeven Joodse viszaken zijn onteigend en onder het beheer van een Verwalter (Imex uit IJmuiden) gesteld. Op last van de Duitsers worden deze geconcentreerd in slechts twee overgebleven locaties (Drukker en Van Savelberg).
- Uitsluiting van Heropening: Er wordt een negatief advies gegeven over het heropenen van de gesloten zaak van S. Locher door een zekere heer Van Wijk.
- Argumentatie: De reden voor afwijzing is puur administratief en distributietechnisch: men wil het aantal officiële visverkopers niet uitbreiden ("toewijzing visch"). Daarnaast wordt aangevoerd dat Van Wijk geen verleden heeft in de sector tijdens de vooroorlogse "basisjaren", waardoor hij niet in aanmerking komt voor de distributielijsten.
- Toon: De brief is zakelijk en koud; het lot van de oorspronkelijke Joodse eigenaren (zoals S. Locher) wordt volledig genegeerd ten gunste van logistieke efficiëntie. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven verdrongen via een proces dat 'arisering' werd genoemd. Vanaf eind 1940 moesten Joodse bedrijven worden aangemeld en werden er vaak Verwalters (bewindvoerders) aangesteld om de bedrijven te liquideren of over te dragen aan niet-Joodse eigenaren.
De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) speelde een centrale rol in de regulering en distributie van vis in een tijd van schaarste. De "Commissie van de Vischverdeeling" bepaalde wie recht had op voorraden op basis van historische gegevens uit de jaren dertig. Dit document toont hoe de roof van Joodse bezittingen naadloos verweven raakte met de reguliere Nederlandse distributiebureaucratie. Terwijl de oorspronkelijke eigenaren vaak al gedeporteerd waren, ruzieden Nederlandse instanties en bewindvoerders over de verdeling van de resterende quota en winkelpanden. S. Locher Rijksbureau