Doorslag van een ambtelijke brief (Bladzijde 2).
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief (Bladzijde 2). 25 september 1942. Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributie-aangelegenheden (Amsterdam). [Marginale aantekening in handschrift, linkerzijde:]
Maak hiervan bericht aan W. prijsholding [onduidelijk]
[Hoofdtekst:]
Bladzijde 2 van brief No.46A/620/2 M.d.d.25 September 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen en den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings-en Distributie-aangelegenheden.
ontvangen inderdaad nog toewijzingen uit de verdeeling.
Wij meenen U ernstig te moeten ontraden op de aanwijzing van de Nederlandsche Visscherij Centrale in te gaan, omdat dit hetzelfde gevolg met zich zou brengen als het verzoek van hiervoren genoemde firma, namelijk, dat de verdeelingsregeling in haar hart wordt aangetast. Als zou gebeuren, wat in den hierbedoelden brief wordt gevraagd, dan zou dit medebrengen, dat de zaak van de firma Drukker & Co een viervoudige toewijzing aan visch zou krijgen. De verdeelingsregeling is gebaseerd op toewijzingen aan zaken en niet aan firma's. Wordt een zaak opgeheven dan vervalt de toewijzing en deze wordt in de verdeelregeling verder opgenomen en komt allen ten goede. Als een bepaalde firma voor haar winkels in de Blasiusstraat; Rijnstraat en Weesperstraat geen afzet heeft dan kan daar geen reden in gelegen zijn om haar zaak op het Amstelveld boven andere zaken van grootere toewijzingen te voorzien.
Wij geven U derhalve beleefd in overweging de Nederlandsche Visscherij Centrale te doen berichten, dat de genoemde zaken inderdaad nog toewijzingen uit de verdeeling ontvangen, doch dat het gemeentebestuur overwegende bezwaren heeft om deze toewijzingen op één enkelen kleinhandelaar over te boeken, daar hierdoor de verdeeling in ernstige mate zou worden verstoord. Indien bedoelde zaken worden geliquideerd, zullen de betreffende toewijzingen dienen te vervallen.
De Directeur,
De Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributie-aangelegenheden, In deze brief adviseren twee Amsterdamse functionarissen de wethouder om een verzoek van de firma Drukker & Co af te wijzen. De firma wilde de visquota (toewijzingen) van drie van hun gesloten of slecht lopende locaties (Blasiusstraat, Rijnstraat en Weesperstraat) overhevelen naar hun vestiging op het Amstelveld.
De argumentatie is strikt bureaucratisch:
1. Toewijzing per vestiging: Quota zijn gebonden aan een fysieke winkel ("zaak"), niet aan de eigenaar ("firma").
2. Eerlijke verdeling: Het samenvoegen zou leiden tot een "viervoudige toewijzing" op één plek, wat het distributiesysteem zou verstoren.
3. Vervallen bij liquidatie: Als een winkel stopt, moeten de rechten terugvloeien naar de algemene pot ("komt allen ten goede") in plaats van bij de eigenaar te blijven.
Opvallend is de rode onderstreping bij de zinsnede "geen afzet", wat de kern van het ambtelijke argument benadrukt. Het document dateert van september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste was groot en alles was onderworpen aan de distributie (de "verdeelingsregeling"). De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was het orgaan dat door de bezetter was ingesteld om de vissector centraal aan te sturen.
De historische context van de genoemde locaties is wrang. De Weesperstraat en de Blasiusstraat lagen in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In de zomer van 1942 waren de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking begonnen. De opmerking dat er in deze straten "geen afzet" meer was en dat zaken werden "geliquideerd", is direct gelinkt aan het wegvoeren van de bewoners en de gedwongen sluiting van Joodse winkels. De firma Drukker & Co probeerde hier waarschijnlijk te redden wat er te redden viel van hun handelsrechten, maar stuitte op de onverzettelijke ambtelijke logica van het distributieapparaat.