Archiefdocument
Origineel
25 september 1942 (verzonden 27 september 1942). Onbekend (vermoedelijk een afdeling van de Gemeente Amsterdam, gezien de referentie in de tekst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Stempel/Kenmerk linksboven:]
46A/620/2 M.
3.
[Kenmerk rechtsboven:]
vD/HB.
[Handgeschreven in rood:]
Van maand
Maas
[Handgeschreven in rood diagonaal:]
Verzonden 27/9
25 September 1942.
Vischregeling;
verzoek van A.J.v.Rijsbergen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.22 dezer om advies ontvangen stuk No.817 L.M.1942, hebben wij de eer U het navolgende te berichten.
Ingevolge opdracht van de Nederlandsche Visscherijcentrale is onder andere de Joodsche groothandelszaak Hartog Wijnschenk, waarvan adressant bewindvoerder is, krachtens het bepaalde in het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 verplicht om zijn geheele toewijzing aal, zoetwatervisch en garnalen te leveren aan den gemeentelijken vischafslag, waar deze visch aan de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelaren, overeenkomstig een daartoe door de Verdeelingscommissie samengestelde verdeelingslijst, wordt toegewezen.
Adressant is tevens aangesteld als bewindvoerder van 6 Joodsche kleinhandelszaken, welke, op grond van hun omzetten in de basisjaren 1939 en 1940, een toewijzing uit de verdeeling wordt verstrekt.
Indien aan het verzoek van adressant zou worden voldaan, dan zouden de hier bedoelde zaken bevoorrecht worden ten koste van de overige bij de verdeelingsregeling betrokken zaken. In de omstandigheid, dat adressant bewindvoerder is van een grossierszaak en tevens van een aantal detailzaken kan geen reden gelegen liggen om de door hem beheerde detailzaken te bevoorrechten. Alle kleinhandelszaken hebben met dezelfde moeilijkheden te kampen en een gevolg geven aan het verzoek van adressant zou de verdeelingsregeling, welke juist van deze erkenning uitgaat, in het hart treffen.
Ten slotte is het verzoek van adressant ook in strijd met de bepalingen van het Tweede Uitvoeringsbesluit (vide de art. 2, 3 en 5 van dit Besluit, hetwelk wij in bijlage dezes overleggen), welk besluit niet door de Gemeente Amsterdam, zooals adressant opmerkt doch door de Nederlandsche Visscherijcentrale is uitgevaardigd, waardoor het naar onze meening ook formeel onmogelijk is om aan het verlangen van adressant te voldoen.
Wij geven U op grond van het bovenstaande derhalve beadfd in overweging op het onderhavige verzoek afwijzend te doen beschikken.
Aansluitende aan het bovenstaande hebben wij de eer U in bijlage dezes een afschrift te doen toekomen van een brief van de Nederlandsche Visscherij Centrale d.d. 22 dezer. De in dezen brief genoemde Joodsche zaken, waarvan de heer Rijsbergen [tekst breekt af]
--- Dit document is een ambtelijk advies aan de wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het kernpunt is de afwijzing van een verzoek van A.J. van Rijsbergen. Van Rijsbergen was aangesteld als 'bewindvoerder' (Verwalter) over de Joodse visgroothandel Hartog Wijnschenk en zes andere Joodse detailhandelszaken.
De bewindvoerder probeerde waarschijnlijk een uitzonderingspositie te verkrijgen waarbij de voorraad van de groothandel direct naar 'zijn' detailhandelszaken zou gaan, in plaats van via de verplichte gemeentelijke visafslag. De argumenten voor afwijzing zijn:
1. Gelijkheid: Het toekennen van het verzoek zou andere vishandelaars benadelen.
2. Regelgeving: Het verzoek druist in tegen het 'Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941'.
3. Bevoegdheid: De regels zijn opgesteld door de landelijke Nederlandsche Visscherijcentrale, waardoor de gemeente Amsterdam niet bevoegd is hiervan af te wijken.
De toon is strikt bureaucratisch en juridisch, waarbij de nadruk ligt op de handhaving van de distributieregels in een tijd van schaarste.
--- Dit document biedt een blik op de economische aspecten van de Jodenvervolging in Nederland. Tijdens de bezetting werden Joodse ondernemers gedwongen hun bedrijf af te staan aan 'bewindvoerders' (vaak NSB'ers of opportunisten), een proces dat bekend staat als 'arisering'. Hartog Wijnschenk, de eigenaar van de genoemde groothandel, werd op deze manier uit zijn eigen zaak gezet.
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele visketen reguleerde. Omdat voedsel schaars was, was een strikt distributiesysteem essentieel om de bevolking (en de bezettingsmacht) te voeden. Het document illustreert hoe zelfs binnen het systeem van bewindvoering getracht werd om via bureaucratische wegen voordelen te behalen, wat hier door de centrale autoriteiten werd geblokkeerd om de rust in de distributieketen te bewaren. De datum, september 1942, valt in de periode dat de grootschalige deportaties van Joodse Nederlanders naar de vernietigingskampen reeds in volle gang waren.