Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 197
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Handgeschreven concept-adviesbrief met doorhalingen en correcties.

23 september 1942.

Origineel

Handgeschreven concept-adviesbrief met doorhalingen en correcties. 23 september 1942. [Bovenaan links:]
Vischregeling;
verzoek van
A.J. v. Rijsbergen

[Midden boven:]
469/6201 - I

[Rechts boven:]
A'dam, 23/9 1942
9.

W. H. M.


Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 22 dezer om advies ontvangen stuk No 817 Z.M. 1942 heb ik de eer U het navolgende te berichten.

Ingevolge opdracht van de N.V.C. is de o.a. joodsche groothandelszaak Hartog Wijnschenk, waarvan adressant bewindvoerder is, krachtens het bepaalde in het tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 verplicht om zijn geheele toewijzing aal en, zoetwatervisch en garnalen te leveren aan den gem. [gemeentelijken] vischafslag, waar deze visch aan de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelszaken, overeenkomstig een daartoe door de Verdeelingsinstantie samengestelde verdeelingslijst, wordt toegewezen.

Adressant is tevens aangesteld als bewindvoerder van 6 joodsche kleinhandelszaken, welke, op grond van hun omzetten in de basisjaren 1939 en 1940, een toewijzing uit de verdeeling wordt verstrekt.

Indien aan het verzoek van adressant zou worden voldaan, dan zou hierdoor de essentiële verdeeling op ernstige wijze in gevaar worden gebracht. In de omstandigheid, dat adressant bewindvoerder is van een groothandelszaak en tevens van een aantal detailzaken kan geen reden gelegen zijn om deze detailzaken op eenigerlei wijze te bevoordeelen boven de andere kleinhandelszaken die met dezelfde moeilijkheden te kampen hebben, doch het verzoek van adressant zou de verdeelregeling, welke juist van deze erkenning uitgaat, in het hart treffen. Het document is een ambtelijk advies over de weigering van een verzoek tot voorkeursbehandeling in de visdistributie. De kern van de zaak is dat de bewindvoerder (A.J. van Rijsbergen) van de onteigende joodse visgroothandel Hartog Wijnschenk de vis direct wilde leveren aan zes joodse winkels die hij eveneens beheerde.

De opsteller van de brief wijst dit verzoek resoluut af. Hij beroept zich op het Visscherijbesluit 1941, dat voorschrijft dat alle vis via de officiële gemeentelijke visafslag moet worden verhandeld volgens een strikt verdeelplan. De ambtenaar argumenteert dat het maken van een uitzondering de "essentiële verdeeling" (het distributiesysteem tijdens de oorlog) zou ondermijnen. Het document toont de bureaucratische stritheid waarmee de distributieregels werden gehandhaafd, zelfs binnen de context van de 'arisering'. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, op een moment dat de jodenvervolging een kritieke fase had bereikt (september 1942 was de periode van massale deportaties).

  1. Arisering: De term "bewindvoerder" verwijst naar de gedwongen overname van joodse bedrijven. Joodse eigenaren werden uit hun zaak gezet en vervangen door een (vaak Duitse of NSB-) bewindvoerder die de zaak liquideerde of exploiteerde. Hartog Wijnschenk was een prominente joodse visgroothandelaar in Amsterdam.
  2. Distributie: Door de oorlogsschaarste was bijna alles op de bon. De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale) hield toezicht op de vangst en distributie.
  3. Bureaucratie: Het document illustreert hoe de bezettingsbureaucratie functioneerde: de diefstal van joodse eigendommen werd juridisch en administratief ingekaderd binnen de bestaande distributiewetten. De "gelijkheid" waar de brief over spreekt ("geen reden om deze detailzaken te bevoordelen"), heeft een wrange bijsmaak gezien de systematische rechteloosheid van de joodse burgers aan wie deze zaken toebehoorden.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies over de weigering van een verzoek tot voorkeursbehandeling in de visdistributie. De kern van de zaak is dat de bewindvoerder (A.J. van Rijsbergen) van de onteigende joodse visgroothandel Hartog Wijnschenk de vis direct wilde leveren aan zes joodse winkels die hij eveneens beheerde.

De opsteller van de brief wijst dit verzoek resoluut af. Hij beroept zich op het Visscherijbesluit 1941, dat voorschrijft dat alle vis via de officiële gemeentelijke visafslag moet worden verhandeld volgens een strikt verdeelplan. De ambtenaar argumenteert dat het maken van een uitzondering de "essentiële verdeeling" (het distributiesysteem tijdens de oorlog) zou ondermijnen. Het document toont de bureaucratische stritheid waarmee de distributieregels werden gehandhaafd, zelfs binnen de context van de 'arisering'.

Historische Context

Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, op een moment dat de jodenvervolging een kritieke fase had bereikt (september 1942 was de periode van massale deportaties).

  1. Arisering: De term "bewindvoerder" verwijst naar de gedwongen overname van joodse bedrijven. Joodse eigenaren werden uit hun zaak gezet en vervangen door een (vaak Duitse of NSB-) bewindvoerder die de zaak liquideerde of exploiteerde. Hartog Wijnschenk was een prominente joodse visgroothandelaar in Amsterdam.
  2. Distributie: Door de oorlogsschaarste was bijna alles op de bon. De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale) hield toezicht op de vangst en distributie.
  3. Bureaucratie: Het document illustreert hoe de bezettingsbureaucratie functioneerde: de diefstal van joodse eigendommen werd juridisch en administratief ingekaderd binnen de bestaande distributiewetten. De "gelijkheid" waar de brief over spreekt ("geen reden om deze detailzaken te bevoordelen"), heeft een wrange bijsmaak gezien de systematische rechteloosheid van de joodse burgers aan wie deze zaken toebehoorden.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6