Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 207
Dossier 3
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

9 juni 1944. Van: De *Wirtschaftsprüfstelle* (onderdeel van het bureau van de *Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft*), ressorterend onder de *Reichskommissar* voor de bezette Nederlandse gebieden. Aan: Rudolf Grishaaver, Rijnstraat 25, Amsterdam.

Origineel

9 juni 1944. De Wirtschaftsprüfstelle (onderdeel van het bureau van de Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft), ressorterend onder de Reichskommissar voor de bezette Nederlandse gebieden. Rudolf Grishaaver, Rijnstraat 25, Amsterdam. A B S C H R I F T.
=================

Der Reichskommissar
für die besetzten niederländischen Gebiete
der Generalkommissar
für Finanz und Wirtschaft Arnheim, den 9.Juni 1944.
Wirtschaftsprüfstelle
AZ.Nr.3059/HE 100/44 Amsterdamscheweg 133
Dr.Th./Schw.

An
Herrn Rudolf Grishaaver

A m s t e r d a m
Rijnstraat 25

Auf Grund von par. 2 Abs. I Ziffer 1 u. 3 in Verbindung mit
par. 5 der Verordnung Nr. 48/1941 des Reichskommissars für
die besetzten niederländischen Gebiete genehmige ich die
schenkungsweise Übertragung des unter der Firma
Winkel in Visch, Fruit & Delicatessen
J.Grishaaver,Amsterdam,Rijnstraat 25
betriebenen Unternehmens auf Rudolf Grishaaver in Amsterdam
gemäss Schenkungsvertrag vom 10. Januar 1944.
Ich gehe dabei von der Voraussetzung aus, dass Juden in dem
Unternehmen weder personell noch kapitalmässig Einfluss
haben.
Damit ist das Unternehmen nicht mehr anmeldepflichtig im Sin-
ne der Verordnung Nr. 189/1940.

                                   **I.V.**

                                   **w.g. D.T.Preuser ?** Dit document is een formele goedkeuring door de Duitse bezettingsautoriteiten voor de overdracht van een bedrijf middels schenking. Het gaat om de winkel "Winkel in Visch, Fruit & Delicatessen J. Grishaaver", gevestigd aan de Rijnstraat 25 in Amsterdam. De winkel wordt officieel overgedragen aan Rudolf Grishaaver.

De kern van de brief is de bevestiging dat het bedrijf niet (langer) als "Joods" wordt beschouwd. De tekst stelt expliciet: "Ik ga hierbij uit van de veronderstelling dat Joden in de onderneming noch op personeel, noch op kapitaalgebied invloed hebben." Hierdoor vervalt de plicht tot registratie onder Verordening 189/1940 (de verplichte aanmelding van Joodse ondernemingen). De brief toont aan hoe diep de bureaucratie van de bezetter doordrong in het Nederlandse economische leven om "arisering" (het verwijderen van Joodse invloed) af te dwingen en te controleren. De brief dateert van juni 1944, vlak na de geallieerde invasie in Normandië, maar op een moment dat het bezettingsapparaat in Nederland nog volledig functioneerde.

  • Verordening 189/1940: Deze vroege verordening verplichtte ondernemers om aan te geven of hun bedrijf Joodse eigenaren, aandeelhouders of bestuurders had.
  • Verordening 48/1941: Deze vormde de wettelijke basis voor het uit het economisch verkeer stoten van Joden, vaak leidend tot gedwongen verkoop, liquidatie of overname door "ariërs".
  • Rijnstraat: Deze straat in de Amsterdamse Rivierenbuurt had een aanzienlijke Joodse populatie en veel Joodse winkeliers. In dit geval lijkt de familie Grishaaver via een schenkingscontract de status van de zaak veilig te hebben gesteld tegenover de Wirtschaftsprüfstelle, de instantie die toezag op de economische uitsluiting van Joden. De toevoeging "w.g." bij de ondertekening staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een getypte kopie van het origineel is. J. Grishaaver

Samenvatting

Dit document is een formele goedkeuring door de Duitse bezettingsautoriteiten voor de overdracht van een bedrijf middels schenking. Het gaat om de winkel "Winkel in Visch, Fruit & Delicatessen J. Grishaaver", gevestigd aan de Rijnstraat 25 in Amsterdam. De winkel wordt officieel overgedragen aan Rudolf Grishaaver.

De kern van de brief is de bevestiging dat het bedrijf niet (langer) als "Joods" wordt beschouwd. De tekst stelt expliciet: "Ik ga hierbij uit van de veronderstelling dat Joden in de onderneming noch op personeel, noch op kapitaalgebied invloed hebben." Hierdoor vervalt de plicht tot registratie onder Verordening 189/1940 (de verplichte aanmelding van Joodse ondernemingen). De brief toont aan hoe diep de bureaucratie van de bezetter doordrong in het Nederlandse economische leven om "arisering" (het verwijderen van Joodse invloed) af te dwingen en te controleren.

Historische Context

De brief dateert van juni 1944, vlak na de geallieerde invasie in Normandië, maar op een moment dat het bezettingsapparaat in Nederland nog volledig functioneerde.

  • Verordening 189/1940: Deze vroege verordening verplichtte ondernemers om aan te geven of hun bedrijf Joodse eigenaren, aandeelhouders of bestuurders had.
  • Verordening 48/1941: Deze vormde de wettelijke basis voor het uit het economisch verkeer stoten van Joden, vaak leidend tot gedwongen verkoop, liquidatie of overname door "ariërs".
  • Rijnstraat: Deze straat in de Amsterdamse Rivierenbuurt had een aanzienlijke Joodse populatie en veel Joodse winkeliers. In dit geval lijkt de familie Grishaaver via een schenkingscontract de status van de zaak veilig te hebben gesteld tegenover de Wirtschaftsprüfstelle, de instantie die toezag op de economische uitsluiting van Joden. De toevoeging "w.g." bij de ondertekening staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een getypte kopie van het origineel is.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Rund Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6