Getypte ambtelijke brief of rapportage (pagina 2).
Origineel
Getypte ambtelijke brief of rapportage (pagina 2). -2-
In dat geval zouden wij er geen bezwaar tegen hebben, dat een inwonend kind de zaken voor haar waarneemt; dit kind moet dan evenwel in den vischhandel werkzaam zijn, zoodat niet iemand zonder vakkennis plotseling als vischhandelaar optreedt. Wanneer zoo'n kind zich later zal willen gaan vestigen zal de vraag te behandelen zijn of hem een toewijzing zal kunnen worden gegeven en verder zal dan opnieuw een regeling voor het gezin der Weduwe moeten worden getroffen. Wij stellen U voor, wanneer zich een zoodanig geval mocht voordoen, dit dan onder oogen te zien, teneinde de zaak nu zoo eenvoudig mogelijk te houden.
Er kan zich ook de omstandigheid voordoen dat geen der leden van het gezin in aanmerking kan komen om de toewijzing voor de Moeder te verkoopen. Alsdan dringt de vraag zich op, of de weduwe in de gelegenheid zou kunnen worden gesteld zich van vakkundige hulp van buiten af te mogen bedienen. Al hoewel deze vraag thans nog niet ter behandeling voor ligt moge, in verband met de beantwoording van de vraag hier boven onder b gesteld, toch voorloopig reeds een kantteekening gemaakt worden. Indien de weduwe een vischwinkel drijft en bij de zaak woont dan kan daar mag worden aangenomen wel gecontroleerd worden, dat de hulp van buiten af inderdaad dienstbaar is tot het onderhoud van het gezin. De toewijzing zal in ieder geval op haar haam [sic] moeten staan. Omdat, zoo deze op naam van de hulp zou staan, daaruit groote moeilijkheden zouden kunnen voortvloeien.
Ingeval de echtgenoot straathandelaar was dan schijnt het ons niet wel mogelijk haar toewijzing door een ander op een der markten te laten verkoopen. Iedere controle op het gebruik van hare toewijzing te harer gunste ontbreekt, terwijl op de visch- en op de dagmarkt visch wordt gekocht en verkocht zonder dat de kooper casu quo verkooper over een toewijzing beschikt. Hier is slechts één geval gesteld. Zou een zoodanige regeling in het leven worden geroepen, dan zouden allengs meer gevallen daaronder vallen, waardoor op de visch- en dagmarkten een toestand zou ontstaan, waarbij ~~menscher~~ personen met een toewijzing op naam van een ander aan den handel zouden deelnemen, hetwelk tot een niet meer te overzienen toestand zou leiden. Zou een regeling getroffen dient te worden dan is overzichtelijkheid geboden wil controle op de uitvoering mogelijk zijn.
Wat betreft de tweede vraag onder b. gesteld moge het volgende worden opgemerkt.
Er wordt gevraagd de toewijzing voor de weduwe te laten verkoopen door een kind, dat geen deel meer uitmaakt van haar gezin. Hierbij kunnen zich twee mogelijkheden voordoen, namelijk in het eene geval, dat het kind reeds in den vischhandel werkzaam is en naast eigen toewijzing die van zijn moeder verkoopt en in het andere geval, dat hij den vischhandel terwille van zijn moeder weer ter hand neemt. In beide gevallen kan op geen andere gronden dan op die van goeden trouw worden aangenomen, dat de verdiensten op de hierbedoelde toewijzing genoten inderdaad de moeder ten goede komen. Het vaststellen hiervan zou slechts mogelijk zijn door een geregeld gezinsonderzoek, hetgeen wel allerminst op den weg van het Gemeentebestuur kan liggen. Het wil ondergeteekenden voorkomen, dat deze weg niet ingeslagen moet worden. Een zoodanige regeling zal na korter of langer tijd zooveel moeilijkheden te weeg brengen dat zij niet meer kan worden volgehouden.
Tenslotte willen wij voor de goede orde nog op het volgende Uw aandacht vestigen. Wij hebben hierboven een summair overzicht gegeven van eenige overschrijvingsmogelijkheden van vischtoewijzingen; uiteraard kan dit geen volledig overzicht zijn, omdat vele nuances denkbaar zijn. De Bedrijfschap met haar organisaties houdt zich in toenemende mate met de regeling van den vischhandel bezig en ongetwijfeld zal zij ook op dit gebied voorschriften uitvaardigen. Zooals reeds werd gememoreerd is in de overschrijvingsmogelijkheden der erkenningen reeds voorzien. Er moet derhalve rekening mede worden gehouden, dat binnen afzienbaren tijd een door de bedrijfsorganisatie uitgevaardigde regeling is te verwachten. * Taalgebruik: Het document is geschreven in de zogeheten 'verouderde' spelling (vóór de spellingwijziging van 1947, hoewel ambtelijke stukken deze spelling vaak langer aanhielden). Kenmerkend zijn woorden als "visch", "zoodanig", "oogen" en "kantteekening".
* Kernproblematiek: Het document behandelt de complexiteit van de 'toewijzing' (vergunning) voor de visverkoop wanneer de oorspronkelijke vergunninghouder is overleden. De centrale vraag is hoe de sociale zekerheid van de weduwe kan worden gewaarborgd zonder dat de markt oncontroleerbaar wordt door handel op naam van derden.
* Bestuurlijke visie: De opstellers adviseren terughoudendheid bij het toestaan van constructies waarbij kinderen of buitenstaanders op naam van de weduwe handelen, vooral in de straathandel. Men vreest voor een gebrek aan toezicht en de noodzaak tot ongewenste "gezinsonderzoeken" door het Gemeentebestuur. Er wordt sterk geleund op het principe van vakkundigheid en de noodzaak dat de vergunninghouder ook daadwerkelijk de controle behoudt.
* Opvallend: Er staat een duidelijke typefout in de tweede alinea: "haar haam" in plaats van "haar naam". Tevens is het woord "menscher" handmatig doorgehaald en vervangen door of verbeterd naar "personen". Dit document stamt uit een periode waarin de vishandel strikt gereguleerd was via een stelsel van erkenningen en toewijzingen. Dit systeem was bedoeld om de markt te ordenen en te voorkomen dat ongeschoolde gelukszoekers de handel verstoorden.
De tekst illustreert de verschuiving van lokale (gemeentelijke) bemoeienis naar een meer centrale aanpak door het "Bedrijfschap" (de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie of PBO). De PBO's werden na de Tweede Wereldoorlog opgericht om de ordening in verschillende sectoren te professionaliseren. De discussie over de positie van de weduwe toont aan dat vergunningen in die tijd niet slechts economische instrumenten waren, maar ook een vorm van sociale zekerheid (pensioenvoorziening avant la lettre) vormden voor nabestaanden in de middenstand.