Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 228
Dossier 24
Jaar 1944
Stadsarchief

Afschrift van een ambtelijke brief.

28 februari 1944 (met een latere aantekening betreffende augustus 1944). Van: Vermoedelijk de Directeur van het Marktwezen (gezien de kantlijnnotitie). Aan: De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Afschrift van een ambtelijke brief. 28 februari 1944 (met een latere aantekening betreffende augustus 1944). Vermoedelijk de Directeur van het Marktwezen (gezien de kantlijnnotitie). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). Aantekening in de bovenmarge:
Behoort bij brief d.d. 10/8 '44 No.46b/43/11 M. aan den Heer Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten van den Directeur van het Marktwezen.

Vertrouwelijk

A F S C H R I F T.

28 Februari 1944.

46b/21/1 M. vD/SV/RP.

Aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, A l h i e r.

Overschrijving van visch-toewijzingen.

Hiermede hebben de ondergetekende de eer voor het volgende Uw aandacht te vragen.

De kleinhandelaar in visch J.J. Looyen Sr., geboren 6 Mei 1888 en wonende Huidekooperstraat 8 III is op 10 Februari jl. overleden. Hem was aanvankelijk als verkoopplaats aangewezen de markt Albert Cuypstraat. Looyen was reeds zeer geruimen tijd door ziekte niet in staat om zijn bedrijf uit te oefenen, reden waarom was toegestaan dat zijn twee zoons, die eveneens in de vischverdeeling zijn opgenomen, de toewijzing voor hun vader in ontvangst mochten nemen en deze op de hun aangewezen markt: de Dapperstraat, mochten verkoopen. Na het overlijden van Looyen Sr., is diens toewijzing dezerzijds ingehouden. De weduwe heeft thans het verzoek ingediend om deze toewijzing op haar naam te doen overschrijven en toe te staan, dat haar zoons deze op dezelfde wijze als den laatsten tijd het geval was, te haren behoeve te mogen blijven verkoopen.

De twee deelen van dit verzoek zullen wij hieronder afzonderlijk behandelen; allereerst zullen wij U ons oordeel kenbaar maken over de overschrijving der vischtoewijzingen.

Zooals U weet zijn de toewijzingen strikt persoonlijk en in het algemeen vervalt deze, wanneer de rechthebbende uit het vischverkoopbedrijf treedt. Tot nu toe is het niet voorgekomen, dat de nabestaanden van een handelaar vroegen om de toewijzing over te schrijven op een bepaald familielid. Thans zijn echter twee gevallen aanhangig gemaakt, namelijk het verzoek Looyen en een soortgelijk verzoek van de weduwe van F. Sterkenburg Sr., kleinhandelaar in gerookte visch.

Om antwoord op de gedane verzoeken te kunnen geven, zal het noodig zijn het gevraagde in twee gedeelten te splitsen; deze zullen we nu eerst in principe behandelen namelijk:
a. overschrijven van de toewijzing op de weduwe als hoofd van het achterblijvend gezin;
b. toe te staan dat een niet inwonend kind uit het achterblijvend gezin voor de weduwe als verkooper zal optreden.

Wat het in het ad.a. gestelde betreft, kan er naar ons wil voorkomen geen bezwaar bestaan om de toewijzing op de weduwe over te schrijven, mits deze dan ook als kleinhandelaarster in den vischhandel zelfstandig optreedt en daartoe krachtens haar arbeidsverleden ook in staat kan worden geacht. Deze maatregel schaadt niemand en brengt daar baat, waar door het wegvallen van de kostwinner hulp noodig is. Zooals U wel bekend is, wordt momenteel door het Bedrijfschap de definitieve erkenning van de vischhandelaren uitgevoerd; bij informatie is ons gebleken, dat ook aldaar dit standpunt wordt ingenomen. Artikel 7 van het Erkenningsreglement schept namelijk de mogelijkheid, dat de aan den man verleende erkenning bij overlijden op naam van de weduwe kan worden overgeschreven, mits deze in de vischhandel is werkzaam geweest. Hierbij zouden wij nog op het volgende willen wijzen. Het is denkbaar, dat de weduwe, die op bovengenoemde gronden in het bezit van de toewijzing komt, niet in staat is wegens ziekte, invaliditeit of huiselijke omstandigheden persoonlijk den vischhandel te beoefenen. Dit document is een ambtelijke correspondentie uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de zaak is de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen ("toewijzingen") voor visverkopers in Amsterdam.

De tekst belicht de strikte regulering van de voedselvoorziening en handel tijdens de oorlog. Toewijzingen waren strikt persoonsgebonden, wat bij het overlijden van een gezinshoofd direct leidde tot een verlies van inkomsten voor de nabestaanden. De brief toont de afweging tussen strikte regels en de sociale noodzaak om een weduwe (als nieuw gezinshoofd) te ondersteunen.

Opvallend is de verwijzing naar het Bedrijfschap voor Visscherijproducten. Dit was een zogenaamde 'verordende bedrijfsorganisatie' die door de bezetter was ingesteld om de economie te controleren (het corporatisme). Ook de specifieke locaties, de Albert Cuypstraat en de Dapperstraat, geven het document een sterke lokale, Amsterdamse context. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de distributie van goederen, waaronder vis, volledig in handen van de overheid. Men werkte met een systeem van erkenningen en toewijzingen om de schaarse middelen te rantsoeneren.

De casus van J.J. Looyen Sr. illustreert hoe families probeerden te overleven binnen dit rigide systeem. Omdat Looyen al voor zijn dood ziek was, namen zijn zoons het werk al over, maar formeel mocht dit niet zonder herziening van de papieren. De ambtenaren die deze brief schreven, zochten naar een juridische onderbouwing (via Artikel 7 van het Erkenningsreglement) om de familie Looyen (en de genoemde weduwe Sterkenburg) te helpen zonder het systeem van de bezetter te ondermijnen. De stempel "Vertrouwelijk" duidt erop dat dit soort beleidsmatige uitzonderingen niet direct voor het grote publiek bestemd waren.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke correspondentie uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de zaak is de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen ("toewijzingen") voor visverkopers in Amsterdam.

De tekst belicht de strikte regulering van de voedselvoorziening en handel tijdens de oorlog. Toewijzingen waren strikt persoonsgebonden, wat bij het overlijden van een gezinshoofd direct leidde tot een verlies van inkomsten voor de nabestaanden. De brief toont de afweging tussen strikte regels en de sociale noodzaak om een weduwe (als nieuw gezinshoofd) te ondersteunen.

Opvallend is de verwijzing naar het Bedrijfschap voor Visscherijproducten. Dit was een zogenaamde 'verordende bedrijfsorganisatie' die door de bezetter was ingesteld om de economie te controleren (het corporatisme). Ook de specifieke locaties, de Albert Cuypstraat en de Dapperstraat, geven het document een sterke lokale, Amsterdamse context.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de distributie van goederen, waaronder vis, volledig in handen van de overheid. Men werkte met een systeem van erkenningen en toewijzingen om de schaarse middelen te rantsoeneren.

De casus van J.J. Looyen Sr. illustreert hoe families probeerden te overleven binnen dit rigide systeem. Omdat Looyen al voor zijn dood ziek was, namen zijn zoons het werk al over, maar formeel mocht dit niet zonder herziening van de papieren. De ambtenaren die deze brief schreven, zochten naar een juridische onderbouwing (via Artikel 7 van het Erkenningsreglement) om de familie Looyen (en de genoemde weduwe Sterkenburg) te helpen zonder het systeem van de bezetter te ondermijnen. De stempel "Vertrouwelijk" duidt erop dat dit soort beleidsmatige uitzonderingen niet direct voor het grote publiek bestemd waren.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6