Doorslag van een officiële brief.
Origineel
Doorslag van een officiële brief. 14 juni 1944. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de gemeente Amsterdam (ondertekend door J.L. Strak). Mw. Wed. J.W. Helsloot-Kortlever, Lange Leidschedwarsstr. 89 I, Amsterdam. [Stempel linksboven in paars/blauw:]
N⁰ 466/43/S M. 1944 11/2
[Getypte tekst:]
Mw. Wed. J.W. Helsloot-
Kortlever,
Lange Leidschedwarsstr. 89 I,
A l h i e r (C)
14 Juni 1944.
[Handgeschreven tekst rechtsboven, deels onleesbaar:]
Markt...
m.v. Dir
...
[Getypte tekst vervolg:]
486-'44
vischtoewijzing.
In antwoord op Uw schrijven van 23 Mei j.l. deel ik U mede dat ik Uw verzoek om een vischtoewijzing heb overwogen. Daarbij is gebleken, dat Uw echtgenoot voor zijn overlijden reeds ± een jaar niet meer in den vischhandel werkzaam was, terwijl U zelf nimmer in dien handel werkzaam waart.
Aan de eischen, die voor het in aanmerking komen van een vischtoewijzing zijn gesteld, kunt U derhalve niet voldoen.
Op grond van het bovenstaande kan dan ook tot mijn leedwezen niet aan Uw verzoek worden voldaan.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
(get.) J.L. Strak Deze brief betreft een officiële afwijzing van een verzoek om een "vischtoewijzing". De aanvraagster, een weduwe woonachtig aan de Lange Leidschedwarsstraat in Amsterdam, wilde waarschijnlijk een vergunning of extra rantsoen verkrijgen om vis te mogen verhandelen of te betrekken.
De reden voor de afwijzing is puur bureaucratisch en gebaseerd op beroepshistorie:
1. Haar overleden echtgenoot was al ruim een jaar voor zijn overlijden niet meer actief in de vishandel.
2. Zijzelf had geen enkele ervaring of historie in deze sector.
Hierdoor voldeed zij niet aan de "eischen" (voorwaarden) die de gemeente stelde aan ondernemers of handelaren in de levensmiddelensector tijdens de bezettingsjaren. De brief is formeel van toon en maakt gebruik van de toenmalige spelling (bijv. "visch", "waart", "eischen"). Het document dateert van juni 1944, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog (vlak na de invasie in Normandië). In het bezette Nederland was de schaarste aan voedsel en goederen enorm. Alles was "op de bon" en de overheid (onder toezicht van de bezetter) controleerde de distributie van levensmiddelen zeer streng via een complex systeem van toewijzingen en vergunningen.
Dit document is een voorbeeld van de dagelijkse bureaucratie tijdens de oorlog. Om zwarte handel te beperken en de schaarse voorraden te beheren, werden vergunningen voor handel in voedsel (zoals vis) alleen verleend aan bewezen vaklieden. Voor een weduwe die probeerde in haar levensonderhoud te voorzien door een oude handel van haar man voort te zetten of op te pakken, waren de regels onverbiddelijk. De ondertekenaar, J.L. Strak, was een ambtenaar werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het Amsterdamse college van wethouders in die tijd.