Getypt afschrift van een ambtelijke brief.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijke brief. 28 februari 1944. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. Behoort bij brief d.d. 10/8'44 No.46b/43/11 M. aan den Heer Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten van den Directeur van het Marktwezen.
A F S C H R I F T .
28 Februari 1944.
46b/21/1 M. vD/SV/RP. Aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Overschrijving van visch- A l h i e r .
toewijzingen.
Hiermede hebben de ondergetekende de eer voor het volgende Uw aandacht te vragen.
De kleinhandelaar in visch J.J.Looyen Sr., geboren 6 Mei 1888 en wonende Huidekooperstraat 8 III is op 10 Februari jl. overleden. Hem was aanvankelijk als verkoopplaats aangewezen de markt Albert Cuypstraat. Looyen was reeds zeer geruimen tijd door ziekte niet in staat om zijn bedrijf uit te oefenen, reden waarom was toegestaan dat zijn twee zoons, die eveneens in de vischverdeeling zijn opgenomen, de toewijzing voor hun vader in ontvangst mochten nemen en deze op de hun aangewezen markt: de Dapperstraat, mochten verkoopen. Na het overlijden van Looyen Sr., is diens toewijzing dezerzijds ingehouden. De weduwe heeft thans het verzoek ingediend om deze toewijzing op haar naam te doen overschrijven en toe te staan, dat haar zoons deze op dezelfde wijze als den laatsten tijd het geval was, te haren behoeve te mogen blijven verkoopen.
De twee deelen van dit verzoek zullen wij hieronder afzonderlijk behandelen; allereerst zullen wij U ons oordeel kenbaar maken over de overschrijving der vischtoewijzingen.
Zooals U weet zijn de toewijzingen strikt persoonlijk en in het algemeen vervalt deze, wanneer de rechthebbende uit het vischverkoopbedrijf treedt. Tot nu toe is het niet voorgekomen, dat de nabestaanden van een handelaar vroegen om de toewijzing over te schrijven op een bepaald familielid. Thans zijn echter twee gevallen aanhangig gemaakt, namelijk het verzoek Looyen en een soortgelijk verzoek van de weduwe van F.Sterkenburg Sr., kleinhandelaar in gerookte visch.
Om antwoord op de gedane verzoeken te kunnen geven, zal het noodig zijn het gevraagde in twee gedeelten te splitsen; deze zullen we nu eerst in principe behandelen namelijk:
a. overschrijven van de toewijzing op de weduwe als hoofd van het achterblijvend gezin;
b. toe te staan dat een niet inwonend kind uit het achterblijvend gezin voor de weduwe als verkooper zal optreden.
Wat het in het ad.a. gestelde betreft, kan er naar ons wil voorkomen geen bezwaar bestaan om de toewijzing op de weduwe over te schrijven, mits deze dan ook als kleinhandelaarster in den vischhandel zelfstandig optreedt en daartoe krachtens haar arbeidsverleden ook in staat kan worden geacht. Deze maatregel schaadt niemand en brengt daar baat, waar door het wegvallen van den kostwinner hulp noodig is. Zooals U wel bekend is, wordt momenteel door den Bedrijfschap de definitieve erkenning van de vischhandelaren uitgevoerd; bij informatie is ons gebleken, dat ook aldaar dit standpunt wordt ingenomen. Artikel 7 van het Erkenningsreglement schept namelijk de mogelijkheid, dat de aan den man verleende erkenning bij overlijden op naam van de weduwe kan worden overgeschreven, mits deze in de vischhandel is werkzaam geweest. Hierbij zouden wij nog op het volgende willen wijzen. Het is denkbaar, dat de weduwe, die op bovengenoemde gronden in het bezit van de toewijzing komt, niet in staat is wegens ziekte, invaliditeit of huiselijke omstandigheden persoonlijk den vischhandel te beoefenen.
--- * Kernproblematiek: De brief behandelt de juridische en sociale vraag of een strikt persoonlijke handelsvergunning (toewijzing) voor visverkoop overdraagbaar is aan een weduwe na het overlijden van haar echtgenoot.
* Casussen:
1. J.J. Looyen Sr. (overleden 10-02-1944), woonachtig in de Huidekooperstraat. Zijn zoons verkochten al vis op de Dapperstraat omdat hij ziek was.
2. F. Sterkenburg Sr., handelaar in gerookte vis (soortgelijk verzoek van de weduwe).
* Beleid: Toewijzingen zijn in principe "strikt persoonlijk". De directeur van het Marktwezen adviseert echter om soepel om te gaan met de regels ("deze maatregel schaadt niemand en brengt daar baat") om het inkomen van de achtergebleven gezinnen te waarborgen.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 7 van het 'Erkenningsreglement' van het Bedrijfschap, dat overschrijving op de weduwe toestaat mits zij zelf ervaring heeft in de handel.
--- * Oorlogstijd: Het document dateert van februari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De distributie van voedsel (waaronder vis) was strikt gereguleerd via 'Bedrijfschappen' en het 'Marktwezen'.
* Sociale zekerheid: In een tijd zonder uitgebreid sociaal vangnet was de 'toewijzing' (het recht om handel te drijven en voorraad te krijgen) van levensbelang voor de overleving van een gezin na het overlijden van de kostwinner.
* Amsterdamse Markten: De brief noemt iconische locaties zoals de Albert Cuypstraat en de Dapperstraat, wat aantoont hoe de marktstructuur zelfs tijdens de bezetting bleef functioneren, zij het onder streng toezicht.
* Bureaucratie: De brief illustreert de complexe administratieve laag bovenop de handel; zelfs voor een viskraam was toestemming van zowel de Wethouder, het Marktwezen als het Bedrijfschap voor Visscherijproducten nodig.