Getypte ambtelijke notitie / 3e concept.
Origineel
Getypte ambtelijke notitie / 3e concept. 25 februari 1944. [Links bovenin, in rood potlood:] 466/21/1
[Midden boven:]
3e C O N C E P T.
==================
[Rechts boven:] SV
25 Februari 1944.
Overschrijving van vischtoewijzingen.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer voor het volgende Uw aandacht te vragen.
De kleinhandelaar in visch J.J.Looyen Sr., geboren 6 Mei 1888 en wonende Huidekooperstraat 8 III is op 10 Februari jl. overleden. Hem was aanvankelijk als verkoopplaats aangewezen de markt Albert Cuypstraat. Looyen was reeds zeer geruimen tijd door ziekte niet in staat om zijn bedrijf uit te oefenen, reden waarom was toegestaan dat zijn twee zoons, die eveneens in de vischverdeeling zijn opgenomen, de toewijzing voor hun vader in ontvangst mochten nemen en deze op de hun aangewezen markt: de Dapperstraat, mochten verkoopen. Na het overlijden van Looyen Sr., is diens toewijzing dezerzijds ingehouden. De weduwe heeft thans het verzoek ingediend om deze toewijzing op haar naam te doen overschrijven en toe te staan, dat haar zoons deze op dezelfde wijze als den laatsten tijd het geval was, te haren behoeve te mogen blijven verkoopen.
De twee deelen van dit verzoek zullen wij hieronder afzonderlijk behandelen; allereerst zullen wij U ons oordeel kenbaar maken over de overschrijving der vischtoewijzingen. Zooals U weet zijn de toewijzingen strikt persoonlijk en in het algemeen vervalt deze, wanneer de rechthebbende uit het [handgeschreven in blauw: (verkoop)] vischbedrijf treedt. Tot nu toe is het niet voorgekomen, dat de nabestaanden van een handelaar om de toewijzing over te schrijven op een bepaald familielid. Thans zijn echter twee gevallen aanhangig gemaakt, namelijk het verzoek Looyen en
[Links onderin, handgeschreven in potlood:] voegen Dit document is een ambtelijk concept (de derde versie) gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het behandelt een juridisch-administratief precedentgeval binnen de visdetailhandel tijdens de bezettingsjaren.
De kern van de zaak is het overlijden van visboer J.J. Looyen Sr. Volgens de toenmalige distributieregels waren vergunningen ("toewijzingen") voor de verkoop van vis strikt persoonsgebonden en vervielen deze bij overlijden of beëindiging van het bedrijf. In dit specifieke geval hadden de zoons van Looyen de handel op de Dappermarkt al overgenomen tijdens de ziekte van hun vader. De weduwe verzoekt nu om de officiële overschrijving van de toewijzing op haar naam, zodat haar zoons de nering voor haar levensonderhoud kunnen voortzetten.
De ambtenaren die het stuk opstelden, wijzen erop dat dit een afwijking is van de normale procedure, aangezien een dergelijke overschrijving naar nabestaanden tot dan toe niet gebruikelijk was. Het document breekt af midden in een zin, wat suggereert dat er nog een tweede casus besproken zou worden. * Tijdsgewricht: Februari 1944. Nederland is bezet door nazi-Duitsland. Er heerst schaarste en alle levensmiddelen (waaronder vis) zijn strikt gereguleerd via een distributiesysteem.
* Gemeentebestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de stadsorganisatie tijdens de oorlog om de voedselvoorziening (hoe gebrekkig ook) draaiende te houden.
* Locaties: De genoemde markten (Albert Cuyp en Dappermarkt) zijn nog steeds de bekendste markten van Amsterdam. Het document geeft een inkijkje in de strenge marktordening van die tijd; handelaren mochten niet zomaar van standplaats wisselen.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen geldende spelling (bijv. "visch", "ondergeteekenden", "toewijzing"). De toon is formeel en procedureel, ondanks de precaire situatie van de oorlog en de persoonlijke tragedie van de familie Looyen.