Getypte ambtelijke brief of rapportage (pagina 2).
Origineel
Getypte ambtelijke brief of rapportage (pagina 2). - 2 -
een soortgelijk verzoek van de weduwe van F. Sterkenburg Sr., kleinhandelaar in gerookte visch
Om antwoord op de gedane verzoeken te kunnen geven, ~~dat is gedaan~~ zal het noodig zijn het gevraagde in twee gedeelten te splitsen; deze zullen we nu eerst in principe behandelen namelijk:
a. overschrijven van de toewijzing op de weduwe als hoofd van het achterblijvend gezin; [toe te staan dat]*
b. een niet inwonend kind uit het achterblijvend gezin voor de weduwe als verkooper zal optreden.
Wat het in het ad. a. gestelde betreft, kan er naar ons wil voorkomen geen bezwaar bestaan om de toewijzing op de weduwe over te schrijven, mits deze dan ook als kleinhandelaarster in den vischhandel zelfstandig optreedt en daartoe krachtens haar arbeidsverleden ook in staat kan worden geacht. Deze maatregel schaadt niemand en brengt daar baat, waar door het wegvallen van den kostwinner hulp noodig is. Zooals U wel bekend is, wordt momenteel door den Bedrijfschap de definitieve erkenning van de vischhandelaren uitgevoerd; bij informatie is ons gebleken, dat ook aldaar dit standpunt wordt ingenomen. Artikel 7 van het Erkenningreglement schept namelijk de mogelijkheid, dat de aan den man verleende erkenning bij overlijden op naam van de weduwe kan worden overgeschreven, mits deze in den vischhandel is werkzaam geweest. Hierbij zouden wij nog op het volgende willen wijzen. Het is denkbaar, dat de weduwe, die in het bezit van de toewijzing komt, niet in staat is om persoonlijk den vischhandel te beoefenen, doordat zij wegens ziekte, invaliditeit of huiselijke omstandigheden hiertoe niet in staat ~~XXX~~ is. In dat geval zouden wij er geen bezwaar tegen hebben, dat een inwonend kind de zaken voor haar waarneemt; dit kind moet dan evenwel in den vischhandel werkzaam zijn, zoodat niet iemand zonder vakkennis plotseling als vischhandelaar gaat optreden. Er zal natuurlijk een nieuw probleem ontstaan, wanneer zoo'n kind zich zelfstandig zal willen gaan vestigen. In de eerste
*Handgeschreven toevoeging in de tekst. Dit document is een ambtelijk advies of besluitvormingsstuk over de overdracht van handelsvergunningen ("toewijzingen") binnen de vissector. De kern van de tekst draait om de sociale zekerheid van de weduwe van een viskleinhandelaar (F. Sterkenburg Sr.).
De auteur stelt voor om de vergunning over te dragen aan de weduwe, mits zij aantoonbare ervaring heeft ("arbeidsverleden"). Dit wordt gezien als een noodzakelijke maatregel voor haar levensonderhoud na het wegvallen van de kostwinner. Opvallend is de pragmatische benadering: als de weduwe fysiek niet in staat is de zaak zelf te drijven, mag een inwonend kind dit doen, mits deze ook over vakkennis beschikt. Hiermee probeert men te voorkomen dat onbevoegden de markt betreden, terwijl men de continuïteit van het gezinsbedrijf waarborgt. De handgeschreven correcties wijzen op een redactionele aanscherping van het besluit. De tekst verwijst naar het "Bedrijfschap" en een "Erkenningreglement". Dit plaatst het document in de context van de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO) in Nederland, die na de Tweede Wereldoorlog werd opgetuigd om sectoren zelfregulering te geven binnen wettelijke kaders. De "Bedrijfschap voor de Detailhandel in Vis" (opgericht in de jaren '50) hield toezicht op de kwaliteit en de vestigingseisen. In die tijd waren vergunningen niet vrij verhandelbaar; ze waren gebonden aan strikte eisen van vakbekwaamheid en kredietwaardigheid. Dit document illustreert hoe de overheid en bedrijfsschappen omgingen met uitzonderingssituaties zoals overlijden, waarbij sociale zorgplicht en economische regulering met elkaar in evenwicht moesten worden gebracht.