Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 303
Dossier 24
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypt concept (aangeduid als "3e CONCEPT") van een ambtelijke brief.

25 februari 1944. Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtelijke afdeling van de gemeente Amsterdam).

Origineel

Getypt concept (aangeduid als "3e CONCEPT") van een ambtelijke brief. 25 februari 1944. Onbekend (waarschijnlijk een ambtelijke afdeling van de gemeente Amsterdam). 3e C O N C E P T. SV

25 Februari 1944.

Overschrijving van vischtoewijzingen.

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========

Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer voor het volgende Uw aandacht te vragen.
De kleinhandelaar in visch J.J. Looyen Sr., geboren 6 Mei 1888 en wonende Huidekooperstraat 8 III is op 10 Februari jl. overleden. Hem was aanvankelijk als verkoopplaats aangewezen de markt Albert Cuypstraat. Looyen was reeds zeer geruimen tijd door ziekte niet in staat om zijn bedrijf uit te oefenen, reden waarom was toegestaan dat zijn twee zoons, die eveneens in de vischverdeeling zijn opgenomen, de toewijzing voor hun vader in ontvangst mochten nemen en deze op de hun aangewezen markt: de Dapperstraat, mochten verkoopen. Na het overlijden van Looyen Sr., is diens toewijzing dezerzijds ingehouden. De weduwe heeft thans het verzoek ingediend om deze toewijzing op haar naam te doen overschrijven en toe te staan, dat haar zoons deze op dezelfde wijze als den laatsten tijd het geval was, te haren behoeve te mogen blijven verkoopen.
De twee deelen van dit verzoek zullen wij hieronder afzonderlijk behandelen; allereerst zullen wij U ons oordeel kenbaar maken over de overschrijving der vischtoewijzingen. Zooals U weet zijn de toewijzingen strikt persoonlijk en in het algemeen vervalt deze, wanneer de rechthebbende uit het vischbedrijf treedt. Tot nu toe is het niet voorgekomen, dat de nabestaanden van een handelaar/om de toewijzing over te schrijven op een bepaald familielid. Thans zijn echter twee gevallen aanhangig gemaakt, namelijk het verzoek Looyen en

[Handgeschreven kanttekening linksonder:] Toevoegen * Inhoud: De brief bespreekt een verzoek van de weduwe Looyen. Haar man, een visboer op de Albert Cuypmarkt, is overleden. Tijdens zijn ziekte mochten zijn zoons al namens hem vis verkopen op de Dappermarkt. De weduwe wil nu de officiële toewijzing (het recht om vis in te kopen/verkopen) op haar naam krijgen, zodat de zoons de zaak kunnen voortzetten voor haar levensonderhoud.
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("hebben de eer", "dezerzijds", "rechthebbende"). De spelling is conform de toenmalige normen (bijv. "visch", "zoons").
* Status van het document: Het betreft een derde concept. Dit wijst op een zorgvuldige formulering, waarschijnlijk omdat dit verzoek een precedentwerking kan hebben. De schrijver merkt immers op dat een dergelijke overdracht aan nabestaanden "tot nu toe niet is voorgekomen".
* Correcties: Er is met de hand een invoegteken (/) geplaatst tussen "handelaar" en "om" in de derde regel van onderen, met de bijbehorende instructie "Toevoegen" in de marge. * Historische context: Het document dateert uit februari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Distributiesysteem: Tijdens de oorlog was er een strikte schaarste en distributie van levensmiddelen. Een "toewijzing" was essentieel voor een ondernemer; zonder deze officiële vergunning mocht men geen goederen inkopen of verhandelen. De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam (toentertijd een NSB'er of onder direct toezicht van de bezetter) beheerde deze schaarse rechten.
* Lokale context: De genoemde locaties (Huidekooperstraat, Albert Cuypmarkt, Dappermarkt) zijn iconische plekken in Amsterdam. De strikte persoonlijke aard van de toewijzingen maakte het voor familiebedrijven juridisch zeer lastig om te overleven na het wegvallen van het gezinshoofd, wat de urgentie van dit verzoek verklaart.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief bespreekt een verzoek van de weduwe Looyen. Haar man, een visboer op de Albert Cuypmarkt, is overleden. Tijdens zijn ziekte mochten zijn zoons al namens hem vis verkopen op de Dappermarkt. De weduwe wil nu de officiële toewijzing (het recht om vis in te kopen/verkopen) op haar naam krijgen, zodat de zoons de zaak kunnen voortzetten voor haar levensonderhoud.
  • Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("hebben de eer", "dezerzijds", "rechthebbende"). De spelling is conform de toenmalige normen (bijv. "visch", "zoons").
  • Status van het document: Het betreft een derde concept. Dit wijst op een zorgvuldige formulering, waarschijnlijk omdat dit verzoek een precedentwerking kan hebben. De schrijver merkt immers op dat een dergelijke overdracht aan nabestaanden "tot nu toe niet is voorgekomen".
  • Correcties: Er is met de hand een invoegteken (/) geplaatst tussen "handelaar" en "om" in de derde regel van onderen, met de bijbehorende instructie "Toevoegen" in de marge.

Historische Context

  • Historische context: Het document dateert uit februari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Distributiesysteem: Tijdens de oorlog was er een strikte schaarste en distributie van levensmiddelen. Een "toewijzing" was essentieel voor een ondernemer; zonder deze officiële vergunning mocht men geen goederen inkopen of verhandelen. De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam (toentertijd een NSB'er of onder direct toezicht van de bezetter) beheerde deze schaarse rechten.
  • Lokale context: De genoemde locaties (Huidekooperstraat, Albert Cuypmarkt, Dappermarkt) zijn iconische plekken in Amsterdam. De strikte persoonlijke aard van de toewijzingen maakte het voor familiebedrijven juridisch zeer lastig om te overleven na het wegvallen van het gezinshoofd, wat de urgentie van dit verzoek verklaart.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6