Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 319
Dossier 37
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypt rapport of adviesbrief (pagina 3).

Niet vermeld op deze pagina (vermoedelijk jaren '40 gelet op taalgebruik en context van distributie/toewijzingen).

Origineel

Getypt rapport of adviesbrief (pagina 3). Niet vermeld op deze pagina (vermoedelijk jaren '40 gelet op taalgebruik en context van distributie/toewijzingen). - 3 -

op de dagmarkt visch wordt gekocht en verkocht zonder,
dat de kooper c.q. verkooper over een toewijzing be-
schikt. Hier is slechts van een geval uitgegaan. Zou
een zoodanige regeling in het leven worden geroepen, dan
zouden allengs meer gevallen daaronder vallen waardoor
een toestand zou ontstaan op de visch- en dagmarkten,
waar bij personen met een toewijzing op naam en op naam
van een ander aan de handel zouden deelnemen, hetwelk
tot een verwarde toestand zou leiden. Voor alles is ^in deze
regeling overzichtelijkheid geboden wil controle mogelijk
zijn. Wij dienen wat het tweede gedeelte van de eerste
vraag betreft nog Uw aandacht te vestigen op de volgende
kwestie; welke vrij zeker zal rijzen, wanneer het in-
wonend kind, waarop aanvankelijk de toewijzing stond het
gezin verlaat en hij zich zelfstandig wil gaan vestigen.
Zooals hierboven reeds opgemerkt zal de be-
treffende toewijzing als dan moeten overgaan op een
eventueel daarvoor in aanmerkingkomend ander inwonend
gezinslid, dan wel de weduwe. Het kind, dat het huis ver-
laat mist daarmede de toewijzing en tevens het eenige
middel voor hem om zich als zelfstandige te kunnen
vestigen. Het is in de practijk wel nauwelijks door te
voeren om bij aandrang van die zijde twijfelachtig te
blijven, ^om uit het gezin vertrekkend kind geen toewijzing
mee te geven. Vooral als hij reeds jaren lang als kost-
winner was opgetreden. Op dit welhaast onvermijdelijk ge-
volg moet wel bij voorbaat de aandacht gevestigd worden.
Wat betreft de tweede vraag onder b. gesteld mogen het
volgende worden opgemerkt.
Er wordt gevraagd de toewijzing voor de
weduwe te laten verkoopen door een kind, dat geen deel
meer uitmaakt van haar gezin. Hierbij kunnen zich twee
mogelijkheden voordoen, namelijk in het eenge geval, dat
het kind reeds in den vischhandel werkzaam is en naast
eigen toewijzing die van zijn moeder verkoopt en in het
andere geval, dat het den vischhandel [doorgehaald: xxxxxxxx] terwille
van zijn moeder weer ter hand neemt. In beide gevallen
moet op geen andere gronden dan op die ^ten goede trouw
worden aangenomen, dat de verdienste ^op de hierbedoelde
toewijzing genoten inderdaad de moeder ten goede ^komt.
Afgezien van dat de vaststelling daarvan vrijwel slechts
mogelijk zal zijn door een geregeld gezinsonderzoek,
hetgeen wel allerminst op den weg van het Gemeentebestuur Deze pagina bespreekt de administratieve complexiteit rondom "toewijzingen" (handelsvergunningen of quota) voor de vismarkt. De kern van het probleem is de overdraagbaarheid van deze rechten binnen een gezin. Er wordt gewaarschuwd voor "verwarde toestanden" waarbij handel wordt gedreven op naam van anderen, wat controle bemoeilijkt.

Specifiek worden twee scenario's geschetst:
1. Het uitwonende kind: Wanneer een kind dat de vergunning feitelijk gebruikte uit huis gaat, verliest het gezin de vergunning óf het kind verliest zijn bron van inkomsten. De auteur merkt op dat het in de praktijk lastig is om een vertrekkend kind een vergunning te weigeren, zeker als deze al jarenlang de kostwinner was.
2. De weduwe: Er wordt onderzocht of een kind dat niet meer thuis woont, de vergunning van de moeder (de weduwe) mag gebruiken om voor haar te verkopen. De auteur is sceptisch over de controleerbaarheid hiervan; men moet er maar op vertrouwen ("te goeder trouw") dat de winst daadwerkelijk bij de moeder terechtkomt, aangezien een "geregeld gezinsonderzoek" door het Gemeentebestuur niet wenselijk wordt geacht. Het document dateert hoogstwaarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe wederopbouw (ca. 1940-1948). In deze tijd was de handel in schaarse goederen zoals vis streng gereguleerd via een distributiestelsel en vergunningenstelsel. De tekst weerspiegelt de bureaucratische worsteling om sociale rechtvaardigheid (het ondersteunen van weduwen en kostwinners) te balanceren met de noodzaak voor strikte marktcontrole en het voorkomen van zwarthandel of fraude met vergunningen. De terminologie ("toewijzing", "kostwinner", "Gemeentebestuur") en de zakelijke, ambtelijke toon zijn kenmerkend voor Nederlandse overheidsadviezen uit die tijd.

Samenvatting

Deze pagina bespreekt de administratieve complexiteit rondom "toewijzingen" (handelsvergunningen of quota) voor de vismarkt. De kern van het probleem is de overdraagbaarheid van deze rechten binnen een gezin. Er wordt gewaarschuwd voor "verwarde toestanden" waarbij handel wordt gedreven op naam van anderen, wat controle bemoeilijkt.

Specifiek worden twee scenario's geschetst:
1. Het uitwonende kind: Wanneer een kind dat de vergunning feitelijk gebruikte uit huis gaat, verliest het gezin de vergunning óf het kind verliest zijn bron van inkomsten. De auteur merkt op dat het in de praktijk lastig is om een vertrekkend kind een vergunning te weigeren, zeker als deze al jarenlang de kostwinner was.
2. De weduwe: Er wordt onderzocht of een kind dat niet meer thuis woont, de vergunning van de moeder (de weduwe) mag gebruiken om voor haar te verkopen. De auteur is sceptisch over de controleerbaarheid hiervan; men moet er maar op vertrouwen ("te goeder trouw") dat de winst daadwerkelijk bij de moeder terechtkomt, aangezien een "geregeld gezinsonderzoek" door het Gemeentebestuur niet wenselijk wordt geacht.

Historische Context

Het document dateert hoogstwaarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe wederopbouw (ca. 1940-1948). In deze tijd was de handel in schaarse goederen zoals vis streng gereguleerd via een distributiestelsel en vergunningenstelsel. De tekst weerspiegelt de bureaucratische worsteling om sociale rechtvaardigheid (het ondersteunen van weduwen en kostwinners) te balanceren met de noodzaak voor strikte marktcontrole en het voorkomen van zwarthandel of fraude met vergunningen. De terminologie ("toewijzing", "kostwinner", "Gemeentebestuur") en de zakelijke, ambtelijke toon zijn kenmerkend voor Nederlandse overheidsadviezen uit die tijd.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6