Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 454
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

12 mei 1944

Origineel

12 mei 1944 [Links boven:] 12 Mei ’44
[Rechts boven, tussen verticale lijnen:] stukken J.C. Marinus bijvoegen [met paraaf $]
[Midden boven:] M. Hildebrand [pijl naar] N.O.C.

Aanvraag J.C. Marinus Jr.
om kleinhandelserkenning is
is door de erkennings commissie
vergadering 11 Mei ’44 afgewezen
onder M. naar de meening van
de c_ie geen kleinhandelaar is.
J.C. Marinus Jr zou kunnen
proberen een vestigings vergunning
als gr. handelaar bij de N.O.C.
aan te vragen. Indien deze
zou worden verschaft – de kans
is niet groot – dan zou hij
van alle moeite af zijn om later
eventueel weer groothandelaar
te worden, wat hij feitelijk is.
Indien sterk van de zijde van
de verdeel c_ie en van onze zijde
zou worden aangedrongen om
Marinus in die verdeeling op
te nemen teneinde hem aan een
broodwinning te helpen, bij wijze
van tijdelijke maatregel, zou de
N.O.C. een desbetreffend voorstel wel
in overweging willen nemen.
[Onderaan rechts geparafeerd:] M

[In de linkermarge in rood potlood, dwars geschreven:]
Marinus heeft 26 April reeds
schriftl. medegedeeld dat zijn
verzoek is afgewezen, doch vraagt
om tussenkomst van een persoon aldaar. Dit document betreft een intern advies of memo binnen een ambtelijke of distributie-organisatie (de N.O.C.) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de beroepsstatus van J.C. Marinus Jr.

  1. De Afwijzing: Marinus had een erkenning als kleinhandelaar aangevraagd, maar de commissie ("c_ie") heeft dit op 11 mei 1944 afgewezen. De reden is formeel: de commissie beschouwt hem niet als een kleinhandelaar, maar feitelijk als een groothandelaar.
  2. Strategisch Advies: De opsteller (M. Hildebrand) suggereert een alternatieve route. In plaats van te vechten tegen de status van kleinhandelaar, zou Marinus een vestigingsvergunning als groothandelaar ("gr. handelaar") bij de N.O.C. moeten aanvragen. Hoewel de kans op succes klein wordt geacht, zou dit hem voor de toekomst ("eventueel weer groothandelaar te worden") beter positioneren.
  3. Humanitaire/Sociale Component: Er wordt geopperd om via de "verdeelcommissie" aan te dringen op een tijdelijke maatregel. Het doel hiervan is expliciet "hem aan een broodwinning te helpen", wat duidt op de precaire economische situatie van individuen tijdens de oorlogsjaren.
  4. De Rode Aantekening: Deze kanttekening voegt toe dat Marinus zelf al op 26 april wist dat zijn verzoek was afgewezen en dat hij probeert via persoonlijke contacten ("tussenkomst van een persoon aldaar") de besluitvorming te beïnvloeden. In mei 1944 stond Nederland onder streng Duits toezicht. De economie was volledig gereguleerd via een complex systeem van vergunningen, erkenningen en distributieorganen. Handelsvrijheid bestond nagenoeg niet; om een zaak te drijven of goederen te mogen ontvangen, was een officiële erkenning door een sector-specifieke commissie noodzakelijk.

De "N.O.C." speelde hierin een rol voor de coöperatieve sector of de algemene consumentenvoorziening. Het document illustreert de bureaucratische strijd die ondernemers moesten voeren om hun bedrijf legaal voort te zetten en hoe ambtenaren achter de schermen zochten naar constructies (zoals "tijdelijke maatregelen") om mensen toch van een inkomen te voorzien, ondanks de rigide regels van de bezettingsautoriteiten.

Samenvatting

Dit document betreft een intern advies of memo binnen een ambtelijke of distributie-organisatie (de N.O.C.) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de beroepsstatus van J.C. Marinus Jr.

  1. De Afwijzing: Marinus had een erkenning als kleinhandelaar aangevraagd, maar de commissie ("c_ie") heeft dit op 11 mei 1944 afgewezen. De reden is formeel: de commissie beschouwt hem niet als een kleinhandelaar, maar feitelijk als een groothandelaar.
  2. Strategisch Advies: De opsteller (M. Hildebrand) suggereert een alternatieve route. In plaats van te vechten tegen de status van kleinhandelaar, zou Marinus een vestigingsvergunning als groothandelaar ("gr. handelaar") bij de N.O.C. moeten aanvragen. Hoewel de kans op succes klein wordt geacht, zou dit hem voor de toekomst ("eventueel weer groothandelaar te worden") beter positioneren.
  3. Humanitaire/Sociale Component: Er wordt geopperd om via de "verdeelcommissie" aan te dringen op een tijdelijke maatregel. Het doel hiervan is expliciet "hem aan een broodwinning te helpen", wat duidt op de precaire economische situatie van individuen tijdens de oorlogsjaren.
  4. De Rode Aantekening: Deze kanttekening voegt toe dat Marinus zelf al op 26 april wist dat zijn verzoek was afgewezen en dat hij probeert via persoonlijke contacten ("tussenkomst van een persoon aldaar") de besluitvorming te beïnvloeden.

Historische Context

In mei 1944 stond Nederland onder streng Duits toezicht. De economie was volledig gereguleerd via een complex systeem van vergunningen, erkenningen en distributieorganen. Handelsvrijheid bestond nagenoeg niet; om een zaak te drijven of goederen te mogen ontvangen, was een officiële erkenning door een sector-specifieke commissie noodzakelijk.

De "N.O.C." speelde hierin een rol voor de coöperatieve sector of de algemene consumentenvoorziening. Het document illustreert de bureaucratische strijd die ondernemers moesten voeren om hun bedrijf legaal voort te zetten en hoe ambtenaren achter de schermen zochten naar constructies (zoals "tijdelijke maatregelen") om mensen toch van een inkomen te voorzien, ondanks de rigide regels van de bezettingsautoriteiten.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6